Hans Dirk van Hoogstraten

Verschenen in kwartaalblad De stem van het boek, jg.25 (2014)-3, rubriek ‘Impressies’

Theologie van het maatschappelijk handelen

een terugblik door Hans Dirk van Hoogstraten

Arend van Leeuwen

Als mensen mij vragen of ik nog veel bezig ben met theologie, luidt mijn antwoord meestal: nee, maar wel met filosofie. Destijds werkte ik samen met Arend van Leeuwen [foto] aan de Katholieke (thans Radboud) Universiteit Nijmegen. Ook toen reeds eiste de filosofie mijn aandacht op. Dat had te maken met het centrale onderzoeksthema van onze sectie Theologie van het maatschappelijk handelen binnen de vakgroep Ethiek/Moraaltheologie: Kapitaal als nieuwe religie.

Om de greep van de kapitalistische productiewijze, annex geldcreatie, op de samenleving te begrijpen, lag een vergelijking met traditionele religieuze systemen voor de hand. Van de filosofen die zich in de 19de eeuw bezig hielden met religiekritiek was het Karl Marx die aantoonde dat geldcreatie direct verbonden is met een fundamentele klassentegenstelling, die leidt tot wat hij ‘het fetisjkarakter van de waar’ noemde. Een ‘uitverkoren’ deel van de mensheid leeft er goed van, de rest crepeert.

Hoe pak je zo’n filosofische analyse nu op als theoloog? Ik zal eerst iets zeggen over de lijn die ikzelf volgde (1) en daarna iets over Van Leeuwen (2) die kort maar voorbeeldig geportretteerd werd door Theo Salemink in Kapitaal als nieuwe religie. Theoloog in crisistijd Arend Th. van Leeuwen (1918-1993) (Gorinchem 2014). Wie weet herkent deze of gene lezer zich in de geschetste posities, inclusief de dialectiek van filosofie en theologie die ontegenzeggelijk meespeelt.

(1)      

Het was Bonhoeffer die mij er van overtuigde dat ik de filosofie nodig had om de theologie ‘bij de tijd te brengen’. Met behulp van sociaal-filosofische denkers was hij in staat de gestalte van de incarnatie als tegengif te gebruiken tegen de zeer gevaarlijke nazi notie van ‘volksgemeenschap’. De Amerikaan Charles Marsh heeft het allemaal nog eens beschreven in zijn Strange Glory: A Life of Dietrich Bonhoeffer (New York 2014). Bonhoeffer wist zijn eigen existentie in direct verband met die van anderen trefzeker te beschrijven met sociale categorieën als ontwikkeling, verbinding, en de verantwoordelijkheid die ontstaat op het ogenblik van de ontmoeting. Een mens is een door en door sociaal wezen. Dat is hij en dat wordt hij in een voortgaand proces van verbanden die hij aangaat.

In mijn studie Deep Economy: Caring for Ecology, Humanity and Religion (Cambridge 2001) beschrijf ik deze diepe verbondenheid tussen mensen, maar ook connectedness als ecologische grondstructuur. Die confronteer ik met de economische verbonden en verbanden die mensen met elkaar onderhouden. Welke dient ‘het goede leven’? Economische verhoudingen leveren geld op. Aandeelhouders en zij die hun aandeel leveren met hun arbeidskracht staan tegenover elkaar. Dit is een heel andere wederzijdse afhankelijkheid dan die op het vlak van menselijke en ecologische verbanden. Een kritische ethiek zou wellicht verandering of minstens verlichting kunnen brengen in de niets en niemand ontziende economische systeemdwang – en in de mate waarin mensen zich laten dwingen.

(2)

Arend van Leeuwen ging anders te werk. Hij zag het kapitaal als een beweging met een kracht die religieuze dimensies aanneemt. Groeidwang tot in het oneindige, op grond van een diep schisma tussen de mensen, maar wel binnen de totaliteit van de markt, heeft de samenleving in zijn greep. Van Leeuwen kan daar alleen een diep godsgeloof tegenover stellen. Hij denkt eschatologisch en zijn geschiedenisopvatting kondigt Verelendung aan.

Waar ik – zoon van een rechtzinnig-barthiaans predikant – van conservatief steeds vrijzinniger werd, maakte Van Leeuwen een omgekeerde ontwikkeling door. Hij toetste alles aan het Woord van God en kwam tot vergaande oordelen – of het nu andere godsdiensten, de ‘burgerlijke’ samenleving, zijn eigen kerk, of het kapitaal betrof. En dat als ‘structureel atheïst’. Zijn geschriften klinken vaak als een profetisch oordeel en van een dialoog is nauwelijks sprake. De eenzaamheid van een Johannes de Doper komt mij voor de geest (Salemink, a.w., 15v., 47v.).

Deze theologische positie is de mijne niet. Meer dan Van Leeuwen geloof ik in het samengaan, meebewegen, zoals beschreven door de filosoof Peter-Paul Verbeek, Op de vleugels van Icarus. Hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen (Rotterdam 2014).

Kritiek die socialiteit vooropstelt, zal altijd de dialoog zoeken. Is die niet mogelijk, dan is strijd geboden. De wreedheid van de IS laat zien dat dit sinds Bonhoeffers tijd nog steeds geldt.

Dat op de achtergrond de verdeling van de poen overal op aarde regeert als een materiële en psychologische gangmaker is duidelijk. Aan de theologie om deze godendienst te bestrijden. De hermeneutiek die hiervoor nodig is wordt door filosofen aangeleverd. Vandaar mijn voorkeur.