Hans Dirk van Hoogstraten

Bevrijdingstheologie op de korrel

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.3 (2010) nr.2 (thema: 'Hoezo Vrij?')

"Pap, wist je dat jij eigenlijk een slaaf bent?" We zaten aan tafel en met glinsterende oogjes keek mijn dochter van 16 mij aan. Onverhoeds kwam deze boodschap op mijn bord terecht. Ergens halverwege mijn mond die ik verbouwereerd vergat te sluiten bleef mijn vork steken. De jongeren aan tafel gierden van de pret. De leraar geschiedenis zat er achter. Hij had verteld dat de beroemde filosoof Nietzsche verkondigde dat alle christenen een slavenmentaliteit bezaten. "Maar dan zijn wij allemaal slaven, jullie net zo goed als ik", probeerde ik nog zwakjes. "Nee, bij ons is de kerstening niet gelukt" klonk het in koor - een staande uitdrukking in ons gezin, geïntroduceerd door een favoriete tante.

Het gebeuren liet me niet los. Ik een slaaf? Ik hield me toch dagelijks bezig met allerlei vormen van bevrijdingstheologie? Een vrije geest een slavenmentaliteit toedichten…? Het duurde een tijd voordat ik door had dat ik toch eerst aan de gang moest met mijn eigen onvrijheid of misschien zelfs angst voor vrijheid, voordat ik recht van spreken had.

Nietzsche

Ze zijn al een beetje belegen, deze gebeurtenis en de gesprekken die er op volgden, maar ze staan in mijn geheugen gegrift alsof ze gisteren plaatsvonden. Je kunt ook zeggen dat deze opvatting van Nietzsche niets aan actualiteit heeft ingeboet. Toen niet en nu niet. Het mag dan al zo'n anderhalve eeuw geleden zijn dat onze filosoof zijn keiharde maar goudeerlijke analyses op gepassioneerde wijze de wereld kenbaar maakte - het verwerkingsproces duurt lang. In feite treft het verwijt van slavenmentaliteit het hart van menige religie. Daarover trachtte ik toentertijd met mijn kinderen te praten en ze zullen zich zeker iets van Nietzsche herinneren. Maar ik herinner me vooral dat zo'n geschiedenisleraar makkelijk praten heeft - leg het als vader/theoloog maar eens uit…!

In Nietzsches werk is veel aandacht voor religie. Eén van de centrale vragen luidt hoe een mens die een ander nodig heeft om voor zijn schuld te boeten vrij kan zijn. Nietzsche is er van overtuigd dat dit tot een dubbele moraal leidt en dat uiteindelijk God moet worden doodverklaard om van die rare afhankelijkheid, die slavenmentaliteit, bevrijd te worden. Dan pas kan de mens in zijn kracht komen en verantwoordelijkheid op zich nemen voor zijn eigen leven en dat van zijn naaste. Hij kan over zijn eigen schaduw heen springen, of, zoals Nietzsche het noemde, hij kan er naar streven 'Übermensch' te worden.

Zodra het kruis de betekenis krijgt van een door God geëiste boetedoening, gaat het mis.

Nietzsche heeft overigens veel bewondering voor Jezus. Hij noemt hem vaak 'de gekruisigde'. Het gaat hem om de betekenis die mensen toekennen aan Jezus' lijden. Zodra het kruis de betekenis krijgt van een door God geëiste boetedoening, gaat het mis. De werkelijkheid wordt dan opgedeeld in twee werelden: een gewone (wij) en een metafysische (God). Omdat de eerste totaal afhankelijk is van de tweede, is de mens per definitie onvrij, want onderworpen. Hij is afhankelijk van de opgelegde orde die door Gods vertegenwoordigers wordt bepaald. Dat zijn de priesters, de paters en de praters (verkondigers van Gods Woord in toga). Die kunnen hun gang gaan.

Actualisatie is niet moeilijk: het gelijk van Nietzsche wordt heden ten dage nog eens op vrij gruwelijke wijze aangetoond door de misbruikverhalen in de Rooms-katholieke instituties. Een uiteenzetting met de bevrijdingstheologie kan - ook hier - de nodige verheldering brengen.

Kernsplitsing

De 'filosoof met de hamer', zoals Nietzsche wel eens wordt genoemd, is niet altijd even helder, maar het is wel duidelijk dat hij fulmineerde tegen de splitsing tussen hemel en aarde. Bij hem is dat een 'kernsplitsing' met desastreuze gevolgen. Daarom roept hij de mensen toe dat ze de aarde trouw moeten blijven. Dat kan alleen als ze hun afhankelijkheid van de hemel afleggen. Zo niet, dan blijven zij gescheiden van hun ware kern, hun levenskracht. Die splitsing leidt tot zelfbeklag: zie mij, arme zondaar. En tot zwakheid en heteronomie. Zo'n slaafse geest projecteert zijn verlangens op anderen die hem te hulp moeten komen. Dat deed de Heiland immers, en dus heeft hij er recht op.

Vertaal je dit in termen van macht, dan kan de christelijke boodschap van onderworpenheid en afhankelijkheid een uitstekende legitimatie betekenen voor een politiek van verovering en overmeestering. Het is een perfecte maskerade: veroveren onder het masker van bekeren. Nietzsche's gehamer op de slavenmentaliteit openbaart een vreemde paradox: ga je gang maar - de genade kost niets want God zelf heeft al betaald door zijn Zoon te offeren (Bonhoeffer sprak van 'goedkope genade'). Onderwerp maar en vertel de onderworpenen dat we allemaal schatplichtig zijn aan die Ene Heer. Op geestelijk gebied wel te verstaan. Op het aardse ligt dat allemaal anders.

Nietzsche werkte zijn intuïties niet uit naar economische en ecologische verbanden en verbindingen. Dat is jammer, want bevrijdingstheologen die Nietzsche links meenden te passeren, worden toch weer door hem ingehaald. Links of rechts? Dat is nog geen uitgemaakte zaak en ik laat dat voor nu dan ook maar in het midden.

Bevrijdingstheologie

Na het Vaticaans Concilie in de jaren '60 van de vorige eeuw ontstond aandacht voor de bittere armoede en de onrechtvaardige verdeling van macht en invloed in met name Zuid- en Midden Amerika. Er moest een theologisch antwoord komen op de misstanden, juist in samenlevingen waar de Katholieke Kerk machtig was. Zo schreef Gustavo Gutierrez zijn beroemde 'Theologie van de bevrijding' en velen volgden hem. Deze denkers deden hun uiterste best om af te komen van het oude paternalisme van de neerbuigende naastenliefde, de caritas. Veruit de meesten deden dat echter als katholieke theologen, die zich de vrijheid meenden te kunnen permitteren om die hele zonde-schuld-boete kwestie anders te interpreteren dan eeuwenlang gebruikelijk was. Ze moesten zo wel in conflict komen met de moederkerk die geenszins van plan was haar kinderen die vrijheid te gunnen.

Kan een slaaf een slaaf bevrijden?

Kern van het probleem is: kan een slaaf een slaaf bevrijden? De theologen die grootgrondbezitters te lijf gingen met nieuwe accenten op bijbelse exodusthema's, hadden niet de moeite genomen zichzelf te bevrijden van het keurslijf waarin zij zaten. Misschien kun je ook zeggen: hadden ze Nietzsche maar gelezen, dan hadden ze eerst wat kunnen doen aan introspectie. Ik heb het dan vooral over het bepalen van hun eigen plaats in het religieus-maatschappelijke spectrum. Dat had hun - noodzakelijke - oproepen tot bewustwording van onderdrukkende structuren versterkt. Toen ze met hun 'optie voor de armen' ook nog gebruik gingen maken van marxistische analyses van economische verhoudingen, waren de Vaticaanse rapen gaar. Rome, Joseph Ratzinger himself voorop, legde hen soms letterlijk het zwijgen op. Het leidde tot genante, pijnlijke situaties. Denk maar aan moeder Theresa die zich hand in hand met de paus ten stelligste verzette tegen de bevrijdingstheologie en haar dragers.

Caritas versus bevrijding. Moet dit het laatste woord zijn? Ik denk weer terug aan die gedenkwaardige maaltijd: "Pap, wist je dat jij eigenlijk een slaaf bent?" Als ik mijn tekst herlees, bevangt me een gevoel van … vrijheid. Ik besef dat vrijheid een goed is dat steeds opnieuw verworven moet worden. Vrijzinnigen zijn mensen die zich door een Nietzsche laten lastigvallen en die zich door een Gutierrez laten inspireren, om zich te weer te kunnen stellen tegen aanbieders van vrijheid op ver-slavende condities. Ze vragen al die betweterige Pausen, die Grote Papa's: "Wist je dat jij eigenlijk een slaaf bent?"