Hans Dirk van Hoogstraten

Deconstructie van de profeet

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.1 (2008) nr.2 (thema: 'Wat geloven wij wel?')

Profeten kunnen gevaarlijk zijn. Zij beweren te spreken vanuit een openbaring. Wie hen tegenspreekt begeeft zich op glad ijs. Want wie denkt de sterveling wel dat hij is, als hij het goddelijke woord in twijfel trekt? De islam heeft het bijna vergeten verschijnsel van profetisme weer op de agenda gezet. Wie de Profeet bekritiseert, is zijn leven niet zeker. Het is van groot belang, nu de zaken er zo voorstaan, om het profetisme als oeroud verschijnsel nader te bezien. Relativeren zonder te weten waarover je het hebt kan niet meer.

Nadere bestudering leert dat we met een belangwekkend verschijnsel te maken hebben. De bijbel is een en al profetisme. Daar leren we dat een profeet in de eerste plaats voor zichzelf een gevaar was. Want bewijs maar eens dat jouw woord in feite dat van God is. Je moet meestal ingaan tegen heersende stromingen. Je tast gevestigde belangen aan.

In dit korte bestek iets over de profetenverhalen, over de werking van de boodschap en over latere interpretaties die een geconstrueerd profetisme veroorzaakten. De rol van de profeet is daar het meest groteske voorbeeld van. Tenslotte de noodzakelijke deconstructie.

Profeten analyseren een politiek-religieuze situatie waarin personen een rol spelen.

Profeten analyseren een politiek-religieuze situatie waarin personen – meestal de koning of (een klasse binnen) het volk – een rol spelen. Opvallend is dat ze op een specifieke plaats en in een nauwkeurig aangegeven tijdsbestek worden gesitueerd. Zij spreken in naam van de Ene, de Rechtvaardige, een oordeel uit. Hierbij wijzen ze op de consequenties bij het uitblijven van verandering. Oordeel als kritiek.

De verschillende partijen vormen een gemeenschap die in een verbondsrelatie leeft met de Ene, Adonai. Dat is de veronderstelling waardoor de verhoudingen waarin zij leven worden gevormd en bekritiseerd. Met andere woorden: dat is een gemeenschappelijke, bindende, verbeelding. De profeet spiegelt. Beroemd zijn de verhalen van koning David en zijn huisprofeet Nathan, of koning Achab en Elia als een soort oerprofeet.

Het Nieuwe Testament en de kerk hebben een interpretatie van de Joodse profeten geleverd die de Joodse bijbel onteigende. De profeten werden ineens verkondigers-op-lange-termijn van de komst van Jezus als de Messias. Hiermee wordt het wezen van het profetisme ontkend en verdraaid: een naar tijd en plaats toepasbare boodschap. De islam is ontstaan binnen de christelijke (Byzantijnse) wereld en is meegegaan met de christelijke constructie van een oneigenlijke betekenis. Nu geen verwijzing naar Christus, maar de Profeet Mohammed die als betekenisgever aan religie altijd overal het gelijk aan zijn kant heeft.

Deconstructie is hard nodig. Voordat je echter iets over de Profeet kunt zeggen, is eerst orde op zaken in de eigen traditie nodig. Iemand zei tegen mij in een kritisch gesprek over mijn boek Versteende religie, dat je islam een kleindochter van het jodendom moet noemen (en niet, zoals ik doe, een dochter). Deze slimme opmerking is genoteerd, want inderdaad: het christendom, als dochter, zit er tussen. Wie niet begrijpt wat er tussen moeder en dochter speelt, zal de kleindochter al helemaal niet begrijpen.

Daarom nu een voorbeeld van deconstructie van christelijke profetenconstructies: de profeet Jona. Die is door christologische interpretaties vervormd. Drie dagen in de walvis: Jezus in het graf. Uitgespuwd door de vis: Jezus’ verrijzenis. Op naar Ninivé: Pinksteren, zending van de Kerk. Let wel: Jezus en Zijn Kerk als de verbeterde Jona – een verachting van de Jood Jona. Sterk argument lijkt Jezus’ identificatie met Jona (Lucas 11:30). Deconstructie echter leert dat Jona staat voor de Hebreeër: hij die van de overkant komt, de criticus hier en nu. Als je het verhaal over Jezus vanuit deze Joodse zelfidentificatie leest, dan verdwijnen de eeuwigheidspeculaties over Jezus. Een eerste stap op de weg die ook naar Mohammed leidt.