Hans Dirk van Hoogstraten

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.4 (2011), nr.4 (thema: 'Ontmoeting')

Hoe Dietrich en Irshad elkaar ontmoeten

Hoe zouden Henk en Ingrid elkaar ontmoet hebben: in de klas, in de disco, op een vriendenfeestje, bij familie? De mogelijkheden zijn onuitputtelijk, want zij horen tot dezelfde bevolkingslaag, hetzelfde taalgebied en dezelfde nationaliteit. Het zijn de gewone mensen die bij jou en mij om de hoek wonen. Henk en Ingrid zijn een fantasiekoppel, een fakestel. Tot leven gewekt in Wilders' ideologische kraambed, zijn ze een eigen leven gaan leiden. Met zulke types kan het raar gaan. Zij fungeren als een soort iconen. De populistische leider dicht hen eigenschappen toe die herkenning oproepen. Eindelijk voelen de gewone mensen zich begrepen. Hun belangen zijn bij hem in goede handen. Zij worden bevestigd in hun angsten, hun frustraties en hun vijandbeelden.

Politici passen wel op om nog te spreken over klootjesvolk met kleinburgerlijke moraal of domme massa. Henk en Ingrid fungeren in menige discussie als prototypen - die uitgroeien tot stereotypen - van een meerderheid waarmee rekening moet worden gehouden. Het wachten is nog op het moment dat ze vereeuwigd worden. Hun beeltenis zal dan op menige plaats van ontmoeting te zien zijn, concurrerend met het Kruis, de Boeddha of de Halve Maan. Trek hen het uniform van de gewoonheid aan en meteen wordt duidelijk dat zij de prototypen zijn van de mensen die op een geraffineerde manier naar de mond worden gepraat, die geüniformeerd worden, ingekapseld. Daartoe worden grote gecompliceerde problemen teruggebracht tot kleine overzichtelijke statements, het liefst verwoord in sarcastische oneliners. Die werken als een agressieve drug die de altijd aanwezige angst opneemt en omzet in een aangename emotie van de reeds presente toekomstige overwinning. Zo kent ook rechts zijn We shall overcome.
Wie moet precies overwonnen worden? De vijand. Niks ontmoeting, want dat zou wel eens schade kunnen toebrengen aan de stereotypische eenvoud en helderheid. Openheid voor ontmoetingen tussen vreemden is in deze sfeer ondenkbaar. In het populisme gaat het om ontmoetingen met het/de bekende. Je voelt je gekend door de leider. Hij is de dierbare bekende. Hij heeft het beste met je voor. In Hem ontmoet je jezelf en je groepsgenoten. Populisme en religie vloeien samen. Op dit punt is er weinig verschil tussen autochtonen en allochtonen.

Irshad

Dit inzicht werd mijn deel bij het lezen van de moslima van Oegandese afkomst Irshad Manji. Zij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat vele van haar geloofsgenoten zo volmaakt voldoen aan de stereotyperingen die in het Westen over hen de ronde doen. Met islam heeft het niet veel te maken - des te meer met een tribale mentaliteit. In een prachtig vlammend betoog roept ze haar geloofsgenoten op tot individualiteit: laat je leven en existentie niet bepalen door de groep maar treed naar voren als een zelfstandig denkend individu. Ga vanuit die houding ontmoetingen aan met anderen. Zij blijken niet je vijand waarvoor je hen hield zolang je in de groepsideologie zat. Makkelijker gezegd dan gedaan. Wat Irshad aanbeveelt wordt gezien als verraad aan de eigen waarden, tradities en verhoudingen. Aan elkaar dus. Dat is nu net die tribale groepsmentaliteit: de stam legt van oudsher verplichtingen op aan de leden. Wie zich daarvan los wil maken is een gevaar voor de sociale coherentie en dus een gevaar voor anderen en zichzelf. Afvalligen worden ze genoemd en ze worden bedreigd omdat ze een bedreiging vormen. Is Irshad een afvallige? Daarover kan men lezen in haar boek: een modern pamflet van discussies en steunbetuigingen, van getuigenissen en bekeringen, van scheldpartijen en bedreigingen. En dat alles dankzij de digitale communicatie. Het is adembenemende lectuur.
Hoe adembenemend ook, een diepergaande reden om je stamcultuur te verlaten of om je populistische Henk en Ingrid mentaliteit achter je te laten is niet zo gemakkelijk te geven. Daartoe zijn zwaarwegende argumenten nodig. Irshad Manji vindt die in de 'ijtihad': een wel heel apart soort jihad, in de vorm van een oproep tot het gebruiken van je eigen verstand bij het interpreteren en toepassen van heilige teksten. Wanneer niet fundamenteel wordt nagedacht over transcendentie, inclusief het godsbegrip in relatie tot de menselijke vrijheid, dan zal er niet veel veranderen in de tribale en populistische mentaliteit. Irshad haalt Dietrich Bonhoeffer aan om haar argumenten kracht bij te zetten (p.57). Net als zij blijft hij in zijn geloofstraditie en juist daarom kan hij kritisch zijn.

Dietrich

Kunnen Irshad en Dietrich elkaar ontmoeten op een dieper niveau? De een leefde als Duitser in nazi Duitsland, de ander leeft als moslima in de wereldwijde oemma, locatie New York. Beide laten zich niet van de wijs brengen door wat voor statements of gewelddaden dan ook, ook al worden ze beide bedreigd en raakt Dietrich zijn vrijheid kwijt. Aan gene zijde van de angst vinden beide de vrijheid tot radicale niet-religieuze interpretatie van de heilige geschriften, tot ijtihad dus. Vanuit deze positie noemt Bonhoeffer in zijn brieven uit de gevangenis (1944) de transcendentie van Jezus het 'er-zijn-voor-anderen'. Hij bedoelt daarmee dat Jezus zich onttrekt aan de normale gang van zaken (groepsdenken, nationalisme) en in die zin heilig (apart) is, zeg maar zoon van God. Daar 'gebeurt' God, zijn aanwezigheid kan ervaren worden in zo'n treffen. Op een andere manier bestaat God niet.
Dat is een radicale omwenteling: geen almachtige God die de mensen afhankelijk en verdeeld houdt. Het gaat om de sociale gestalte van het geloof. Het is een kwestie van leven en dood als je denkt aan rassenideologie en bloed- en bodememoties die de groep zijn identiteit geven en elke mogelijkheid tot ontmoeting met de vreemdeling uitsluiten. Ook hier weer: een Hogere Instantie maakt uit wie je wel en niet mag ontmoeten. De anderen zijn anders: voor hen moet je op je hoede zijn. Zij zijn potentiele vijanden. Het christelijk geloof en de nazi-ideologie vermengen zich tot een bedwelmende drug van egotripperij. De anderen gaan mij niets aan want het oordeel is immers aan God/Allah die weet wat wijs en rechtvaardig is - bij voorbeeld de verdoemenis van de ongelovige, de niet-zuivere.

Dietrich en Irshad

Voor Bonhoeffer is 'ontmoeting' met de ander een manier om persoon te kunnen worden. Je vindt je identiteit als je een ander aankijkt en op dat ogenblik de beslissing neemt verantwoordelijkheid voor het wel en wee van die ander op je te nemen. Je verwacht wederkerigheid, maar je stelt dit niet als voorwaarde om het contact aan te gaan. Je verwacht een gesprek in een sfeer van vrijheid maar je laat dat niet van de ander afhangen. Zo verlies je je angst om oude verbindingen te verliezen door nieuwe aan te gaan. Gelijkwaardigheid van ongelovigen (van hen die niet tot de groep behoren) doet zijn intrede en dat is nu juist het grootste gevaar voor populisten-met-macht, al dan niet representanten van Jezus of Mohammed.
In hun moedige strijd tegen deze machtigen ontmoeten Irshad en Dietrich elkaar, uitdrukkelijk als moslima en christen. Het zal nog wel even duren voordat hun beeltenis vereeuwigd wordt op plaatsen van ontmoeting. Toch deel ik hun geloof dat zij de toekomst hebben. Hun boeken roepen heftige polemieken op, maar ook echte herkenning. Dat is ontmoeting op een dieper niveau: ik ken en word gekend door te lezen en te denken. De lezer voelt: dit engagement wordt gedragen door diepe emoties. Daardoor word je als lezer echt geraakt.