Hans Dirk van Hoogstraten

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.5 (2012), nr.2 (thema: 'Elite')

Elitair of egalitair?

De vraag wat je in hemelsnaam kunt doen aan elitaire misstanden is al heel oud. Net als de vraag of een egalitaire samenleving niet te prefereren is boven een elitaire. In onze tijd steekt dit soort vragen opnieuw de kop op. En, het moet gezegd, op enkele punten is vooruitgang geboekt. Waar vroeger geruchten de ronde deden, spreekt nu geluid- en beeldmateriaal. Waar voorheen instituties als kerk, gezin en overheid, inclusief hun elites, als goddelijke instellingen uit de wind werden gehouden, zorgen de media nu voor een voortgaande openbaring van elitaire schofterigheid. En er zijn - in de westerse wereld - geen bloedige totale oorlogen en revoluties meer nodig om een ancien regime onderuit te halen.

Er is genoeg om je over op te winden. De voorbeelden uit de sfeer van kerk, politiek en economie tuimelen over elkaar heen. Kinderen konden misbruikt worden omdat een gewijde elite de hand boven het hoofd werd gehouden. Liberalen en christenpolitici klampen zich vast aan een ondemocratische partij, ten einde hun elitaire status van landsbestuurders veilig te stellen - bedenkelijk elitair nationalisme wordt op de koop toegenomen. Banken en andere multinationals kennen geen grenzen in het belonen van hun elite. In de zorgsector en het onderwijs heeft een elite van managers het voor het zeggen gekregen. De kosten zijn vele, de baten gering.

Het is verleidelijk om nader in te gaan op een elite die zich misdraagt. Daarover gaat het dagelijks gesprek en de nieuwsvoorziening voorziet in pikante bijzonderheden. Niets menselijks is de elite vreemd. De vraag die voorafgaat aan dit soort pikanterieën is of we eigenlijk wel een elite nodig hebben en welk systeem van menselijke verhoudingen de extravaganties zou kunnen indammen. Het lijkt me zinnig om onze situatie te vergelijken met vroegere episoden. Wat dan opvalt is een grote mate van ambivalentie. De mensen willen een elite die hen leidt en vertegenwoordigt, maar tegelijkertijd willen ze er van af. De keuze tussen elitair en egalitair lijkt een onmogelijk dilemma.

Geef ons een elite!

Samuel waarschuwt, maar het helpt niet - terwijl hij toch prachtig onder woorden brengt wat zo'n elitekliek in en rond een paleis aan ellende teweeg kan brengen.

Het oerverhaal, in mythische nevelen gehuld, is de vraag van het volk Israel om een koning. In 1 Samuel 8 wordt beschreven hoe de 'Malkut JHWH' (het koningschap van de ENE ) overgaat op een elite van een koning met zijn hofhouding. Men kan het af zonder, maar men wil met. De profeet en richter Samuel waarschuwt, maar het helpt niet - terwijl hij toch prachtig onder woorden brengt wat zo'n elitekliek in en rond een paleis aan ellende teweeg kan brengen. Ik citeer het laatste woord van het volk, tevens het slot van de discussie, waaraan ook de ENE deelneemt als beledigde partij (IK was toch hun koning?): "Toch zal er een koning over ons zijn, en ook wij zullen zijn als al de volkeren; richten over ons zal onze koning, uittrekken zal hij voor ons aanschijn en onze gevechten vechten! Samuel hoort alle woorden van de gemeente aan, - en verwoordt ze voor de oren van de ENE. De ENE zegt tot Samuel: Geef gehoor aan hun stem en maak voor hen een koning tot koning!"

We zijn hier getuige van de creatie van elite. Er moet een leidersfiguur komen die recht spreekt, die oorlog voert en die het volk aanzien geeft. Dat zijn de baten. Samuel noemt de kosten: de elite zal zich verrijken ten koste van mensen die het nu goed hebben, hun vrijheid zal hen en hun kinderen ontnomen worden. Men wil niet luisteren. De angst voor eigen zwakte en gezichtsverlies wint het van de lasten die de elite zal veroorzaken.

De tijden zijn veranderd, maar toch: in narratief-mythologisch gewaad meldt zich een boodschapper uit het verleden die ons nog wat te zeggen heeft. Je zou denken dat de behoefte aan leiderschap sterk is afgenomen nu mensen veel volwassener zijn na eeuwen van opvoeding, maar nog altijd klinkt de roep: 'Geef ons een elite!' Noem het deskundigen, helpers in nood, uitzichtbieders waar alles lijkt dood te lopen, of zelfs identiteitsverleners, zoals mode- en andersoortige koninginnen.

Steeds maar groter is de groep geworden die men kan aanduiden als 'elite'. Zo groot dat wie het een beetje slim aanpakt een kans heeft om zelf tot de bevoorrechte klasse te mogen behoren - ook al reden om niet te snel te pleiten voor een egalitaire samenleving. Het is niet meer de religie die de elite zijn plaats wijst en legitimeert, maar economische, politieke en bestuurlijke knowhow. Het gaat dan ook niet meer om een koninkrijk, laat staan een 'Malkut JHWH', maar om een welvarende samenleving binnen de regie van de geldeconomie. Een elite van managers en van politieke en economische leiders lijkt onontbeerlijk.

Verlos ons van de elite!

Terug naar de oermythe. Zelfs het meest rudimentaire stamverband heeft een vorm van elite: een stamoudste, een medicijnman, een sjamaan. Dat de stammen Israels een koning wensen is dus niets bijzonders. Om georganiseerd te kunnen leven lijkt een tweedeling noodzakelijk. Vertegenwoordigers van de macht staan tegenover de anderen. Er zijn hoog- en laag ontwikkelden, rijken en armen, bezitters en bezitslozen, uitverkorenen en verworpenen.

In naam van de ENE is er geen sprake van een egalitaire samenleving maar wel van een solidaire

En toch. "Ontwaakt, verworpenen der aarde!" zingt De Internationale en Jezus stichtte zijn Internationale met aandacht voor diezelfde categorie. Niet dat die aandacht blijvend was - noch in kerkelijke noch in communistische kring - maar het besef is er, in een vroeg stadium. Sterker nog: de verhalen over een waarschuwende Samuel en een Jezus die zich sleept van het ene naar het andere conflict met de elite, worden te boek gesteld in tijden dat de tegenstellingen volop woekeren. In naam van de ENE is er geen sprake van een egalitaire samenleving maar wel van een solidaire. En juist die wordt voortdurend bedreigd.

Daarom is het goed om nog eens even naar het eenheidsconcept te kijken dat steeds opduikt als het om elitekritiek gaat. Jezus wordt geschetst als vertegenwoordiger van het volk Israel dat al eeuwenlang het sjemagebed reciteert: 'Hoor Israel, JHWH is een' (Deuteronomium 9:4) en de evangelist Johannes (17:21) laat hem bidden, in het verlengde hiervan: '...dat zij allen een mogen zijn, zoals gij, Vader, een zijt met mij en ik met u, - dat zij ook een zijn met ons'.

Maar pas op, dit mooie eenheidsutopia ligt vol mijnen. Er is altijd een elite van schriftgeleerden die de uitleg dicteert. Onder de elite vinden bittere gevechten plaats wie de juiste leer verkondigt. De winnaars dwingen de ENE exegese af, desnoods met inquisitie en fatwa. Of kijk naar de grote revoluties uit de vorige eeuw. Nazisme en communisme kwamen tot stand op grond van ideologieen die uitgingen van een geforceerde eenheid. Alles gebeurde in naam van 'het volk' dat dus van vreemde smetten vrij moest zijn, of in naam van de ene partij die van verraders gezuiverd diende te worden. Dit veronderstelde op zijn beurt weer een gezamenlijk geloof, een eenheidsideologie die alle individuele vrijheid ophief.

De eenheid waarover wij het hebben kan nooit opgelegd worden. De ENE God is de God die niet bij voorbaat al bestaat.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee - daarom twee adviezen om mee te besluiten: (1) weet en erken dat je zelf tot de elite behoort en (2) verwissel het religieuze gevoel van 'eenheid met het al' eens met dat van 'eenheid met de verworpenen'. Nieuwe perspectieven zullen zich openen.

Hans Dirk van Hoogstraten