Hans Dirk van Hoogstraten

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.4 (2011), nr. 2 (thema: 'Kunst')

De kunst van het heersen

Pas op als politiek of religie zich bemoeien met kunstbeleid. Het betekent meestal dat men vrije kunstuitingen wil inperken. Nazi's verboden wat zij 'Entartete Kunst' noemden. De leiders van de Sovjet Unie waren mordicus tegen abstracte kunstuitingen -zij ontwaarden er obscene 'bourgeois'-voorstellingen en -klanken in. En in de wereld van de islam wordt vaak een strikte versie van het oudtestamentische beeldverbod toegepast. De koran reikt die aan en uitleggers doen de rest.

Net als vrije nieuwsgaring is vrije kunst een toetssteen voor het democratisch gehalte van een samenleving. Een opvoeding in esthetica is pas mogelijk als veel uiteenlopende kunstuitingen beschikbaar zijn: er moet iets te kiezen zijn. De leraar kan de leerling voorhouden wat hij mooi zou moeten vinden, maar uiteindelijk gaat het om de vrije beslissing. Het individu is vrij van groepsdwang en kan kiezen voor kunst of kitsch. Ieder kan zijn eigen gevoel volgen.
Pas als die vrijheid er is, kan ook de kunst van het bespelen van gevoelens beoefend worden. Met de nadruk op het speelse en op de kunst van het spelen. Dan is er ook plaats voor onbeheersbaarheid. Iemand die echt door muziek, door een beeld of een schilderij getroffen wordt, kan zomaar zijn beheersing verliezen, zich laten gaan.

Angst voor onbeheersbaarheid

Onbeheersbaarheid is een nachtmerrie voor hen die hun macht en positie nu juist ontlenen aan het beheersen. Zou je, met een knipoog naar Marx, kunnen zeggen: de heersende gevoelens zijn de gevoelens van de heersers? In verband met vergaande koopgedragmanipulatie door verfijnde reclametechnieken zou je dat wel kunnen stellen, maar in politiek en religieus opzicht lijkt dit een achterhaald gegeven.
Wie beter kijkt, weet beter. De politieke eenheidsworstideologieën van nazisme en communisme ontstonden in de 20ste eeuw, toen het individualisme al om zich heen had gegrepen. Gelijkschakeling zag men, juist ín de geatomiseerde samenleving, als voorwaarde voor van een ware gemeenschap waar ieder zijn plaats heeft en kent. Of het nu gaat om één volk, één klasse, of één geloof - het individu is er altijd onderdeel van een groter, belangrijker, geheel. En dat geheel heeft een smaak, een toegestane kunstopvatting. Kunstopvoeding is dan simpel: de leerling moet leren wat goed voor de gemeenschap is en dus ook goed voor hem.

Een seculiere missie

In de Middeleeuwen putten de mensen troost en kracht uit geloofsvoorstellingen die werkelijk verbonden. Denk aan de Madonna met haar gestorven zoon, meesterlijk verbeeld in de Pietá van Michelangelo. Toen een algemeen motief dat mensen onderling verbond en zo ook individueel troostte, nu iet uit een voorbij verleden. In het Westen heeft deze typisch geloofsgebonden kunst zijn tijd gehad. Het grote publiek vindt zijn troost en kracht elders. Er moet ruimte zijn voor eerlijke kunst die ontroert, die blootlegt en herkenning te weeg brengt. Hoe bereik je dat in een samenleving die kunst gebruikt om de koper gunstig te stemmen, die kunst en kitsch in elkaar laat overvloeien, die inspeelt op goedkope sentimentaliteit? Wie kan nog scheiden, onderscheiden? Ik denk dat het vrijzinnig christendom hier een mooie taak heeft, een seculiere missie die ze al veel langer onderkent, maar die nu vleugels kan krijgen. Het is tijd voor scheppende kunst. Scheppen is scheiden, onderscheiden. Een wereld waarin 'alles moet kunnen' schreeuwt om wijzen die met gezag kunnen zeggen wat echt niet kan. Zo kunnen onderscheidingsvermogens in ethisch en esthetisch opzicht gelijk opgaan. Een mooie opdracht voor vrijzinnigen: beoefen de kunst van het heersen! Het heersen over elementen en sentimenten die de schoonheid en de troost die kunst te bieden heeft in de weg staan.