Hans Dirk van Hoogstraten

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.6 (2013), nr 1 (thema: 'Een eeuw vrijzinnigheid')

De Leonardo code

Spiritualiteit en rationaliteit zijn de middelpunten van twee cirkels die samen de vrijzinnigheid vormen. Deze cirkels overlappen elkaar gedeeltelijk en het gaat om dat overlappende gedeelte. Wie al te veel waarde hecht aan de rationaliteit (het denken) mist de spiritualiteit (de bezieling), maar wie louter bezield is, gaat al gauw vrij zweven. De cirkels worden dan uit elkaar getrokken.

Het niet aflatende gesprek over deze spanning lijkt me een belangrijke opgave voor de 100-jarige Vereniging van Vrijzinnige Protestanten. Tussen beide aspecten, vaak aangeduid als geloof en rede, moet een evenwicht zijn. Een te eenzijdige nadruk op het een doet het ander tekort, en daarmee het geheel. Maar dat is nog niet alles. We moeten het ook hebben over de inhoud: waarop richten geloof en rede zich eigenlijk?

Museale wijsheid

Toen ik onlangs een tentoonstelling van tekeningen van Jan van der Kooi bezocht in het Dordrechts Museum, merkte ik dat een soortgelijke spanning in de wereld van de kunst aanwijsbaar is. De tentoonstelling (tot 26 mei 2013) draagt de titel 'Leonardo's Leerling'. De kunstenaar was zelf aanwezig en hij legde uit waarom hij zich beschouwt als een leerling van Leonardo da Vinci. Net als Leonardo, zo verzekerde hij zijn publiek, voelt hij zich een bezield kunstenaar. Van Leonardo leerde hij dat het belangrijk is te weten hoe het object dat je wilt weergeven er uitziet - hoe het, letterlijk, in elkaar zit. Dat is een puur rationeel gebeuren. Hoe bezield en spiritueel ook, de kunstenaar dient zich aan de discipline van de analyse te onderwerpen, aldus onze zegsman. Om zijn betoog kracht bij te zetten vertelde Van der Kooi dat niets Leonardo te dol was om zijn kennis op peil te brengen. Hij groef zelfs vers begraven lijken op om de menselijke anatomie te bestuderen. Hij tekende immers graag mensen.

Als je de Leonardo code eenmaal te pakken hebt, dan gaat het tekenen je ook vlug af.

Dat laatste hoeft Jan gelukkig niet meer te doen. Met name zijn tekeningen van dieren - veel tijgers, paarden en olifanten - zijn beroemd geworden. Zijn geheim? De Leonardo-code. Geraamte, spieren en organen vormen het innerlijk. Je ziet ze niet op de tekening maar zonder kennis van de feitelijke constructie van het te tekenen dier is het, zelfs als impressie of expressie, niet goed weer te geven. De kennis hierover verzamel je en je oefent eindeloos, om uiteindelijk het dier te kunnen tekenen. Als je de Leonardo code eenmaal te pakken hebt, dan gaat het tekenen je ook vlug af.

Van binnenuit

Heb je zo'n code nu ook nodig om de Vrijzinnigheid te kunnen kraken? Ik denk het wel. Je moet je eigen traditie van binnenuit kennen om je eigen specifieke accent te kunnen aanbrengen en met anderen contacten op levensbeschouwelijk niveau te kunnen onderhouden. Zoals Leonardo ons leert dat een kunstenaar alleen een ander kan afbeelden als hij zich verplaatst in die ander - heel letterlijk, zoals we zagen - zo kan iemand die zich rekenschap wil geven van zijn geestelijke identiteit ('ik ben vrijzinnig') zichzelf niet zonder culturele omgeving zien, inclusief de sociale en historische ontwikkeling daarvan.

Het vrijzinnig protestantisme is een late loot aan de stam van de christelijke religie, met name van de protestantse variant. Het wil er een correctie op zijn, maar het is er ook een voortzetting van. Daarom moet je met dat gedachtegoed enigszins vertrouwd zijn om jezelf te kunnen plaatsen en zo te kennen. De hervormers uit de 16de eeuw konden niet meer uit de voeten met de hierarchisch georienteerde Rooms-katholieke kerk, waar de gelovigen het denken moesten overlaten aan de prelaten. Ze maakten daarom rationele afwegingen om het geloof te kunnen begrijpen en zo te kunnen accepteren. De vrijzinnigen op hun beurt corrigeerden de manier waarop de ratio in het protestantse denken werd gebruikt. Zij vonden dat de ratio te veel onder regie van het geloof stond. Er waren te veel niet-rationele aannames of vooronderstellingen in het spel. Die hadden niet alleen invloed op het gebied van het geloof, maar ook op dat van politiek en economie. Dat werkte door, zelfs in seculiere vormen. Voor vrijzinnigen in het volgende centennium ligt hier een taak.

Concretisering

In mijn boek Versteende religie (2007) heb ik de versteende en dus moeilijk herkenbare gevolgen van het oer-protestantse denken voor onze huidige samenleving in kaart trachten te brengen. Bij deze concretisering bleek de 'Leonardo code', avant la lettre, goed te werken. Ik kon aantonen dat de verstrengeling van religie en maatschappij - iets dat moslims vaak voorstaan - ook de seculiere samenleving met christelijk verleden niet vreemd is.

De analyse die uit de Leonardo code voortvloeit richt zich op wetten, instituties, en gezags- en eigendomsverhoudingen in hun historische wording. Het gaat om fundamentele uitgangspunten als recht op eigendom, bescherming, heersen over de natuur, vrijheid om je te uiten. Om te begrijpen waarom we met religieuze data te maken hebben, kijken we naar de logica van het protestantisme zoals dat in West Europa eeuwenlang heerste.

Het verlossend handelen van Christus door het kruisoffer staat centraal (zonde-offer-verlossing). De individu ervaart en denkt, op grond van zijn geloofsbeslissing: dit heil komt mij, gelovige, logisch gesproken, toe. De eisen waaraan dit soort gebruik van de rede moet voldoen zijn aanzienlijk:

  • Het schema zonde-offer-verlossing werkt alleen als we uitgaan van de erfzonde.
  • Daarvoor is de zondeval in het paradijs noodzakelijk: kennelijk een historisch verhaal.
  • Jezus treedt op als de tweede Adam, die alles weer goed maakt.
  • Dit veronderstelt een heilsgeschiedenis - een merkwaardige opvatting van de geschiedenis die zou uitlopen op Christus' wederkomst. Of zijn er twee geschiedenissen?

Onhoudbare logica

Hoe gek het nu ook moge klinken, er is inderdaad lange tijd sprake geweest van een heilsgeschiedenis en een wereldgeschiedenis. Rationeel gezien werden bovenstaande punten steeds onhoudbaarder, maar ze werden als heilsvisie wel geimplementeerd in de moderne samenleving. Naar verluidt lazen in de 17de eeuw de rijken hun status als door God uitverkorenen af aan de hoogte van hun bankrekening. Dat grenst natuurlijk aan het anekdotische, maar wat te denken van heilsboodschappen die steeds weer de kop opstaken omdat ze geloofd werden, van communisme tot nazisme en van dopersen in de 16de eeuw tot markttheorieen in onze tijd?

Wat ik maar wil zeggen: vrijzinnigen dienen zich, vanuit hun bezieling, met hun rede niet langer te richten op ontmythologisering en kritiek op anders-gelovigen. Het zal veeleer gaan om kennis van de onbekende binnenkant van de westerse samenleving. Honderd jaar vrijzinnigheid heeft bevrijding gebracht, om eindelijk tot een kritisch gebruik van de ratio te komen - vanuit een innig geloof in een betere samenleving. Interpretatie van teksten die onze traditie hebben gevormd is daarbij van groot belang - mits spiritualiteit en rationaliteit elkaar niet meer in de weg zitten.

Hans Dirk van Hoogstraten