Hans Dirk van Hoogstraten

Mijn generatie

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.2 (2009) nr.4 (thema: ‘Generaties’)

Sinds kort is het heel gewoon om over ‘mijn KPN’ te spreken, maar ‘mijn PKN’ klinkt raar – ik heb het nog niet gehoord. Het is een trend: mijn NS, mijn Rabo, mijn C&A. Een nauwe commerciële relatie die persoonlijk wordt gemaakt. Dŕt geeft pas een band! Word lid van de (internet-)club! In feite zou je ook wel over mijn PKN/mijn VVP kunnen spreken, maar vooralsnog is er sprake van enige gevoelsmatige huiver om daartoe over te gaan. Wel wordt nou weer gemakkelijk gesproken over ‘mijn generatie’. Terecht?

Natuurlijk, iedereen behoort tot een leeftijdcategorie, zoals iedereen ook klant is bij bepaalde aanbieders van diensten. Maar met dat ‘mijn’ is meer aan de hand. Voor vrijzinnigen die vrijheid van de individu en autonomie hoog in het vaandel hebben staan een interessante kwestie.

Om te beginnen wordt met dat ‘mijn’ verbondenheid door toe-eigening uitgedrukt. Daarbij komt meteen al een moreel aspect naar voren: je dient je op de juiste manier met anderen te verbinden. Zo roept Frits de Lange de babyboomers op, zich als een, hún, generatie te gedragen. (Letter en geest, 20 juni 2009). Ik kom daar nog op terug. Hier wijs ik vast op het merkwaardige verschijnsel dat het bezittelijk voornaamwoord overspringt van het sprekende subject op allen die datzelfde mijn-gevoel hebben. De kracht van een Verdonk is dat ze eigelijk zegt: wees trots op mijn Nederland, of van een Wilders: hé daar, moslims, blijf van mijn land af.

Voor je het weet word je meegenomen en zo in bezit genomen. Zeker als dat andere, waarmee je je verbindt, machtiger is dan jij. Dat geldt voor de firma’s die jou graag als klant aan zich binden evengoed als voor genoemde politieke ideologieën. En religies? We mogen dan misschien niet zo gemakkelijk over ‘mijn VVP’ spreken – het was en is nog altijd heel gebruikelijk om over ‘mijn Jezus’ of ‘mijn Verlosser’ te spreken. Dat heet piëtisme en het kan, bij voorbeeld verpakt in bewoordingen als ‘spirituele happiness (happinez)’, uitmonden in een mystiek gevoel waaraan ‘jouw generatie’ zich laaft.

Zwak concept

Maar wat bedoel ik eigenlijk met de uitdrukking ‘mijn generatie’? Ik voel me met mijn leeftijdscategorie verbonden, maar wat zegt dat eigenlijk over mijzelf? Is het te vergelijken met ‘mijn NS’ of meer met ‘mijn Verlosser”? Voel ik me geborgen en veilig in mijn generatie en is de generatieclaim een uitvalsbasis, bij voorbeeld om de jongere generatie te kapittelen? Het zou een kwestie van normen kunnen zijn: wij leerden nog dat we onze excuses moesten aanbieden als we in de fout waren gegaan, wij wisten nog dat we voor ouderen moesten opstaan in trein of bus, wij,,,

Persoonlijk denk ik dat de klasse of de groep waarin je bent opgegroeid dan wel het netwerk waarvan je deel uitmaakt belangrijker zijn dan de generatie

Persoonlijk denk ik dat de klasse of de groep waarin je bent opgegroeid dan wel het netwerk waarvan je deel uitmaakt belangrijker zijn dan de generatie. Sterker, het zou wel eens kunnen zijn dat een al te gemakkelijk beroep op de generatie een nogal oppervlakkig zelfbeeld oproept. Het aanbod van seniorenactiviteiten in de stad waar ik woon bij voorbeeld wekt bij mijn leeftijd-/netwerkgenoten grote hilariteit op. Je ziet de ambtenaar zitten die iets leuks bedacht heeft voor ‘de’ senioren in zijn stad.

Nu kun je dit afdoen als een bureaucratische uitwas, maar hoe zit het dan met een generatiedeskundige als Frits de Lange? Volgens hem heeft de naoorlogse geboortegolfgeneratie altijd de wind in de rug gehad, heeft zij op grote schaal energie verbruikt en heeft zij een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de milieuvervuiling. Daarbij komt dat de babyboomers niet aan de volgende generatie denken. Ze willen hun verworvenheden en posities niet doorgeven, laat staan dat ze er ook maar over piekeren om zelf op te hoepelen. In die zin weigeren ze zich als generatie te gedragen.

Op de Trouw weblogs kan men lezen hoe deze beweringen – met name door babyboomers – weersproken worden. Men herkent zijn of haar generatie er totaal niet in. Men wil ook niet bij zo’n door een fantasievolle auteur als een kerstboom opgetuigde generatie behoren.

Een kerstkindgeneratie?

Nu ik het toch via de boom over kerstmis heb: zou dit feest aller feesten iets over het thema ‘mijn generatie’ te melden hebben? Je ziet ze liggen en staan: de jongste generatie in de kribbe, de Moeder half liggend in het stro. Haar jeugdigheid komt goed uit tegen de achtergrond van de oudere generatie die door Jozef wordt vertegenwoordigd. En dan de herders: Jozefs generatie met wat jongere hulpjes van de generatie van Maria. De Wijzen uit het Oosten tenslotte (die lenen we even bij Matteüs) zijn nogal leeftijdsloos. Misschien door hun tulbanden?

Eén en al inlegkunde, zo’n tableau vivant, zal de lezer denken. Inderdaad, dit soort oerverhalen ontkomt niet aan de nodige projecties. Waarom, bijvoorbeeld, wordt Jozef meestal zo oud afgebeeld? Ach, hij ‘hoeft niet meer zo nodig’: het verwekken kon hij aan een Andere Instantie overlaten. Bent u een generatiegenoot van Jozef? Mooi kerstgeschenkje dan, zo’n bericht.

In werkelijkheid gaat het om de unieke gestalte van de volwassen mens Jezus. Zijn geboorteverhaal als een doop of een zalving, een narratief ritueel met terugwerkende čn vooruitwerkende kracht. Niks indeling in generaties. Het gaat om leven, vrijheid en het streven naar geluk, zoals de Amerikanen zeggen. “Laat je niet beknotten door je generatie, door je ras of door je sterrenkunde” roepen de personages uit de kerststal je toe. Leven in vrijheid maakt gelukkig – met leeftijd heeft dat niets te maken. Zo vervagen leeftijdsgrenzen als vrijheidsbegrenzers.

Hans Dirk van Hoogstraten