Hans Dirk van Hoogstraten

Obesità – necessità – Amerika

Over het dwingende karakter van importcorpulentie

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.1 (2008) nr.1 (thema: ‘Eten en drinken’)

Afgelopen herfst bezocht ik de Verenigde Staten. Mijn hoofd gonsde nog van gesprekken over het begrip necessità bij Machiavelli. Bonhoeffer noemt dit Italiaanse woord in zijn Ethik als hij het over noodzakelijkheden in het leven heeft, dingen waar je niet omheen kunt. Net had ik met een groep wat studie gemaakt van De structuur van het verantwoordelijke leven , zoals het gedeelte heet waarin de necessità aan de orde komt. De spanning tussen dingen die je mòet doen en het vrije handelen zat nog in mijn system toen ik landde op het Atlanta International Airport . Meteen ontplooide zich daar voor mijn ogen het raadselachtige verschijnsel van de zeer dikke mens. Daar had je het nou weer; zo tref je ze in Europa toch maar zelden aan. Ik kon het niet helpen, spontaan kwam de vraag op, lekker staccato in het Italiaans: obesità ? necessità ? America ? (zie ondertitel).

Er is sprake van een dwingend aanbod: eet, drink!

Obesitas in Amerika. In de eerste plaats al dat voedsel en de frisdranken die worden aangeboden, hamburgers en coca cola voorop. En de porties die je overal van krijgt! Een herinnering staat in mijn geheugen gegrift: hoe ikzelf door één indringende ervaring aan de necessità van de obesità wist te ontsnappen. In 1989 vertoefde ik voor het eerst langere tijd op een Amerikaanse campus. Op de eerste dag van mijn verblijf begaf ik mij naar één van de vele tentjes waar je wat te eten kon krijgen. Ik bestelde een sandwich en toen de goedmoedige zwarte uitbater mij vroeg ‘of ik er alles op wilde', antwoordde ik dat mij dat wel een goed idee leek. Dat bleek het niet te zijn. Er kwam een broodje met een vulling van ongeveer 7 centimeter dik aan ham, kaas, vis, mayonaise, boter, komkommer en salade. Ik heb wel een grote mond, maar dit was onmogelijk te consumeren. Een knoeiboel was het resultaat en zeer, zeer vette handen. Ook was een zeker gejoel van enkele studenten die toekeken mijn deel. Je moet dus altijd zeggen dat je alleen een plakje kaas of wat komkommer wilt. Voorgoed geleerd.

Er is sprake van een dwingend aanbod: eet, drink! De hele dag is er overal eten en drinken beschikbaar en je maakt gebruik van de diensten die worden aangeboden op het moment dat je trek hebt en het je uitkomt. Duur is het meestal niet, zeker niet op onderwijs-, sport- en businessinstellingen. En gewoon op straat natuurlijk. Naast de vele voedsel-en-drank-karretjes concurreren Kentucky Fried Chicken, Wendy's, Burger King en Taco Bell – om er maar een paar te noemen – om het hardst met elkaar.

Zelfs in de gezinnen, van oudsher bolwerken tegen een opgedrongen individualistische levensstijl, is sprake van een gestage uitholling. Instantbevrediging van de individuen verdringt de community van hen die op elkaar gewacht hebben tot ze samen aan tafel konden gaan om samen de honger te stillen. De basale gemeenschapstichtende ervaring van samen trek hebben en samen genieten van eten en drinken vervliegt.

Amerika in ons

Of is het toch een necessità , dat de gemiddelde mens wel móet consumeren bij zo veel invloed en overvloed?

Wij zijn hard op weg Amerika in te halen. Denk slechts aan de restyling van stations in de grote en middelgrote steden van ons land met de vele eetwinkeltjes en koffie-croissant mogelijkheden, en het is duidelijk dat we de laatste jaren een inhaalslag maken. Het grote voordeel is ontdekt: de mogelijkheid tot beïnvloeding blijkt veel groter dan vroeger gedacht. Dit, samen met een vanzelfsprekend leven op krediet, maakt de voedselafname en -inname onvergelijkbaar met de voorafgaande decennia. De eten-en-drinken-markt blijkt een stabiele markt, waarop veel verdiend kan worden. Verfijnde technieken van produceren, koelen, conserveren en vervoeren hebben bijgedragen tot een enorme groei van aanbod en afname. Een economische peiler van jewelste, zeker in combinatie met psychologische inzichten: de mogelijkheden om smaak en behoefte te manipuleren zijn dramatisch toegenomen (zie Naomi Klein, No Logo ). Amerika is overal

Het klinkt zo mooi: de vrije, volwassen mens weet wat goed voor hem is. Binnen de structuur van het verantwoordelijke leven is nu juist het aanbod op de vrije markt een godsgeschenk. Of is het toch een necessità , dat de gemiddelde mens wel móet consumeren bij zo veel invloed en overvloed? Ik denk dat we met een heel algemeen verschijnsel te maken hebben dat de kop opsteekt als het een kans krijgt. Het verlangen naar veel eten en drinken zonder dat je er iets voor hoeft te doen bestaat al heel lang als luilekkerlandutopie . Nu, in onze tijd en op onze plek, is het verwerkelijkt – zij het op een wel erg platte manier. De dikke en de dunne gaan zij aan zij door het moderne leven. Niet meer als piassen maar als trieste karikaturen, noodzakelijke archetypen van de verdeling van de markteconomie die met ijzeren vuist haar wetten doet gelden. De dikke en de dunne : de obesitaspatient en de hongerende mens, die elkaar niet meer kunnen negeren – lang leve de globalisering…

Religie als waakhond

Wezenlijk is er niets nieuws onder de zon. Alleen de wereldwijde necessità van het systeem, de markt , heeft tot een enorme gewichtstoename geleid, letterlijk en figuurlijk: mens en natuur hebben onder de last van deze vorm van noodzakelijkheid te lijden. Omdat de neiging er altijd was, zie je dat religies sinds de oudste tijden een waakhondfunctie vervullen. Het probleem is al heel vroeg onderkend. Religie heeft bij de dingen in het leven die er echt toe doen altijd een belangrijke tweede stem gespeeld (zie mijn Versteende religie ).

In feite is religie ondenkbaar zonder een grote belangstelling voor eten en drinken. Neem de bijbel – vanaf de eerste bladzijde gaat het erover (Genesis 1:29) en op de laatste bladzijde wordt een eeuwig vrucht gevend geboomte des levens beloofd (Openbaring 22:2). Talloze malen komen eten en drinken als levensvoorwaarden langs, inclusief de vraag hoe je verantwoordelijk kunt handelen bij deze necessità van het leven.

Bidden voor en danken na het eten, gesproken of gezongen, de bijbellezing direct na het eten als geestelijk voedsel – het duidt allemaal op de bijzondere status die werd (en nog wel wordt) toegekend aan eten en drinken in familiekring. Het tot zich nemen van drank en voedsel mocht geen vanzelfsprekendheid worden. Het element van delen mocht niet verloren gaan. Ook de dankbaarheid moest tot uiting komen.

Eten en drinken hebben altijd bovenaan de agenda van het leven-als-gemeenschap gestaan.

Door de eeuwen heen nodigen religieuze ‘heilige maaltijden' de mensen uit om de dagelijkse ervaringen een diepere betekenis te geven. Routine wordt worshipping – dat idee. Eten en drinken hebben altijd bovenaan de agenda van het leven-als-gemeenschap gestaan. Naast het zo omstreden ‘eten en drinken van het lichaam en het bloed van Christus' kun je ook denken aan de – wat minder heftige – spijswetten in de bijbel en de koran. Of de offerrituelen. Het gaat er altijd om dat God bij je aan tafel zit. God die ‘niet bestaat': niet op een andere manier bestaat dan in de voeding, in de instandhouding van het leven. Vandaar de necessità van de gemeenschappelijke maaltijd (misschien een frisse interpretatie van 1 Korintiërs 11:28-34?).

Talloze zijn de religieus getoonzette waarschuwingen voor en veroordelingen van vetzucht, hebzucht, of schrokkerigheid. In hoeverre wordt een mens geregeerd door zijn eigen verlangen naar bevrediging? Redelijke religie laat vaak een waarschuwende stem horen als het gaat om verlangen naar bevrediging. Ook zonder religie ligt het in de rede om uitgestelde bevrediging een nastrevenswaardig doel te vinden. Zo komen we terecht in de wereld van spraakmakende verlichtingsfilosofen. Er is er één die in dit verband wel erg in het oog springt.

Der Mensch ist was er isst

In het Nederlands klinkt dat iets minder fraai: de mens is wat hij eet . In de 19 de eeuw maakte de filosoof Ludwig Feuerbach met deze slogan duidelijk dat hij er een materialistische mensbeschouwing op na hield. Een andere, nog bekendere uitspraak completeert het beeld: de mens schiep zich God naar zijn beeld . Beide uitspraken staan nu, zo'n 150 jaar later, weer in het brandpunt van de belangstelling. Religie als scheppende verbeelding is een even breed geaccepteerd gegeven als de gedachte dat de mens is wat hij consumeert. Sterker nog, juist deze aannames bieden een mogelijkheid om te ontsnappen aan de necessità van de obesità . Wie tot zich door laat dringen dat hij is wat hij eet , bedenkt zich wel tien keer voordat hij al die obesitas veroorzakende troep tot zich neemt die schreeuwerige reclames je opdringen.

Die kreet der Mensch ist was er isst kun je vrij vertalen als ‘de consumentenhouding toont een mentaliteit'. Hoe kijk je naar jezelf in relatie tot anderen? Met het eet- en drinkgedrag zit je midden in de structuur van het verantwoordelijke leven . Met deze term van Bonhoeffer, waarmee ik dit verhaal begon, eindig ik. Wat kan je verantwoord eten en wat niet: hoe ga je om met het aanbod en wat doet dat jezelf? Naast deze wat afstandelijke interpretatie van de gedachte dat de mens is wat hij eet, is er ook de meer direct-materiële. Je bent die uitbundige drinker, die snoeper tussendoor, of die hollebolle hamburgervreter. Je merkt het aan je lichaam en het is aan je te zien. Je wordt voortdurend gewaarschuwd. Wie wil kan verantwoord eten, drinken, leven. Er zijn structuren van verantwoord leven die dat mogelijk maken.

Kan religie nog steeds een rol spelen als het gaat om verantwoord eten?

Kan religie daarbij nog steeds een rol spelen? Ik denk het wel. Alleen al vanwege het simpele feit dat religies nog altijd een factor van gewicht zijn. Denk bij voorbeeld aan de gewoonte van vasten . Zelfs niet-meer-gelovige moslims houden vast aan de ramadan als culturele verworvenheid. De gemeenschap wordt gevierd en men staat stil bij het belang van een verantwoord omgaan met eten en drinken. Als het goed is. Dergelijke dingen kan men ook zeggen over eucharistieviering/avondmaal in christelijke sfeer. En wat te denken over de velen die zoeken naar een gezond leven en zingeving zonder een direct religieus bewustzijn? Misschien zijn zij, in direct, dragers van een rijke traditie (zo lees ik Maarten 't Hart, Het dovemansorendieet ).

Grote schoonmaak is nodig. Weg met metafysische aanslibsels! Als religie weer wordt wat het oorspronkelijk was, een sterke verbeelding van wat verantwoord leven eigenlijk is, dan kunnen de oude rituelen weer betekenis krijgen. Zij kunnen zelfs ouders en andere opvoeders steunen om kinderen het besef bij te brengen dat je bent wat je eet. Religie moet dan wel door de Verlichting heen gaan – op weg naar het Licht. Je wordt licht: er is helemaal geen necessità tot obesità . Een niet eens zo heel transcendente waarheid…