Hans Dirk van Hoogstraten

Uit OPHEF (uitgave van de Vereniging voor Theologie en Maatschappij, zie vtm-web.nl), 2010, 3 / 4, thema 'Oogst', p. 19-21:

De economie van het oogsten

Hans Dirk van Hoogstraten en Annemike van der Meiden

In september j.l. verscheen een aflevering van het kwartaalblad Vrijzinnig (jg.3, nr.3) met als leidend thema Oogst. Annemike van der Meiden, voorganger van de Hervormde Purmerkerk, schreef daarin een bijdrage vanuit de praktijk van het agrarisch leven. Zij spitst haar verhaal toe op 'Dank- en oogstvieringen'. Hans Dirk van Hoogstraten, sociaal ethicus en emeritus predikant, bekeek Annemikes verhaal vanuit economisch-theologisch perspectief. In het kwartaalblad Vrijzinnig is de ruimte beperkt en daarom is zijn beschouwing daar zeer gecomprimeerd. Ophef zag er wel brood in en bood ruimte om wat breder en dieper te peilen. Waarvan acte en waarvoor dank.

Eerst nu het stuk van Annemike dat integraal is overgenomen uit Vrijzinnig, direct gevolgd door 'Geld oogsten', het bewerkte stuk van Hans Dirk.

Dank- en oogstvieringen (AvdM)

Tijdens de 26 jaar dat ik voorga in kerkdiensten waren er vijf diensten speciaal voor de LTO - een agrarische organisatie voor land- en tuinbouw in Noord-Nederland. Dat heeft te maken met het feit dat de Purmerkerk, waar ik voorganger ben, van oorsprong een agrarische gemeente is. De eerste twee diensten (1997 en 1999) werden gehouden in november en konden met recht dankdiensten worden genoemd, want in de schuren was de opbrengst van hard werken in dat jaar terug te vinden. In de jaren vanaf 2003 werden de diensten verplaatst naar het vroege voorjaar en kregen meer het karakter van een biddienst dan dankdienst. Toch bespeurde ik bij alle agrariërs die aan mijn pastorietafel plaatsnamen voor de voorbereiding nooit enige hang naar magie, d.w.z. tot magische beï nvloeding van het oogstproces dan wel de voortplanting van de veestapel. Integendeel. Wel was er een uitgesproken wens om als agrariër in Nederland positief bejegend te worden, namelijk als mensen die hard werken voor de oogst van hun inspanningen die ook nog eens ten goede komen aan andere mensen.

De afgelopen jaren is een sfeer van negativiteit rond de boeren gegroeid die stoelt op misverstanden en onbegrip. Wie rondloopt op een boerderij (en niet alleen een biologische) ziet hoe hard er geïnvesteerd wordt in de meest brede zin van het woord om goed voedsel te produceren. En met zoveel liefde: voor het land en voor het vee. Op de beursvloer, waar geld geld genereert is de sfeer toch echt anders. In mijn achterhoofd zit een scherpe uitspraak van Jan Wolkers tegenover zijn tweelingzoons: 'Als jullie maar niet de beurs op gaan en speculeren! Kijk maar eens naar al die samengeknepen lipjes op de beursvloer!' Mensen die alleen bezig zijn met geld, geld maken (make money) gaan hun zintuigen steeds minder gebruiken en verarmen hun bestaan.

Geert Mak heeft terzake kundig geschreven over de leegloop van het platteland. Dat is een oogst die ons triest stemt. Toen mijn ouders begin zeventiger jaren van de vorige eeuw in een verbouwde boerderij kwam te wonen, was de verhouding boeren-buitenlui 90-10%. Toen we na 14 jaar vertrokken lag dat andersom. In de jaren dat we er woonden, waren de veranderingen op landbouwgebied enorm. De laatste boer die nog met de hand melkte, van Iperen, ging over op een melkmachine. Ik sta nog op de foto terwijl ik een koe aan het melken ben. De laatste boer die nog alles met paarden deed, boer Vink, stapte begin jaren 70 op de trekker.

In mijn puberteit tobde ik vaak over de toestand van de wereld en hoe daar ooit een positieve wending aan gegeven kon worden. Ik dacht toen en ik denk in wezen nog steeds dat kleinschaligheid in de toekomst zal bijdragen tot de oplossing van veel problemen. Niet voor niets lag het boekje van Fritz Schumacher, 'Hoe kleiner hoe beter' (Ambo 1979) op mijn nachtkastje. Daarin werd gepleit voor een verandering van onze economische manier van denken, ten bate van het milieu en de menselijke waardigheid. Dankdiensten blijven wat mij betreft nodig, omdat we dankbaar mogen zijn voor het feit dat nog steeds mensen zich geroepen voelen het land op te lopen, te melken, voedsel te verbouwen. Iedere keer dat ik naar de supermarkt ga en mijn karretje vul, ben ik me daarvan bewust! Wat een dank zijn wij velen verschuldigd die voor ons oogsten! Maar wat een verarming ondervinden velen die nooit iets te maken hebben (gehad) met het plattelandsleven.

Zoals Neil Young zo mooi zingt: What a pity, that the people from the city, can't relate to the slower things, that the country brings.

Geld oogsten (HDvH)

De bid- en dankdagen voor het gewas zijn volwassen geworden. Zoals Annemike laat zien, is ook de naam bij de tijd gebracht: 'Dank- en oogstvieringen'. De boerenarbeid - en die niet alleen - wordt er in een zinvol perspectief geplaatst. Het gaat niet om 'Boer zoekt God' of zoiets, maar om de plaats van de agrarische arbeid in het geheel van de economische activiteiten die voor welvaart en welzijn moeten zorgen.

Reflecties en rituelen rond arbeid zijn broodnodig. Net zo goed als trainers en seculiere goeroe's in businessverbanden, kunnen voorgangers daarover meepraten - zeker als zij werken met mensen uit de agrarische sector. Omdat dit zo is - en Annemike overtuigt mij van die noodzaak - moet heel scherp gekeken worden naar het krachtenveld waarin de arbeid plaats vindt. Dat mensen zich gewaardeerd en geaccepteerd voelen is ëën ding - iets anders is de bredere context waarbinnen de arbeid wordt verricht. Die context is keihard: als er niet geoogst wordt, is het afgelopen met de pret. Arbeid die nuttig is en waar mensen plezier aan beleven, kan zomaar verdwijnen. Dat wordt dan vaak een economische noodzaak genoemd. Het feit dat zo veel agrarische arbeid in korte tijd is verdwenen, spreekt voor zich.

Wie de economiepagina's van kranten opslaat, krijgt voortdurend berichten onder ogen over verschuivingen van arbeidsplaatsen naar lage lonen landen. En over de noodzaak van technische innovaties. Wie niet meedoet, redt het niet - om het even of het nu om melkmachines of computers gaat. Dit zou je 'de dictatuur van de oogst' kunnen noemen. Bij reflecties en rituelen zou het hierover moeten gaan: wie zijn of haar eigen positie begrijpt als onderdeel van een breder krachtenspel, heeft een wereld gewonnen. Geklaag en gescheld op anderen kunnen dan plaats maken voor analyses en feitelijke politieke invloed.

Als theologie en religie een kritisch (profetisch) karakter hebben, dan kunnen zij daarbij een belangrijke rol spelen. Ethische en psychologische aspecten krijgen de plaats die hen toekomt - een plaats die hen in politieke en economische beschouwingen niet zo vaak wordt toegekend.

Goedkope arbeid - goedkope genade

Technische innovaties en lage lonen landen - het gaat dus om goedkope arbeid. Wie in het productieproces de factor arbeid laag weet te houden, kan concurreren met behoud en zelfs groei van winst. Een ijzeren economische wet die ik wil vergelijken met een ijzeren wet in de traditionele christelijke theologie: goedkope genade.

Hiermee wordt een goed economisch-theologisch perspectief verkregen, waarbij recht wordt gedaan aan ethische en psychologische aspecten: het gaat echt om mensen. Met andere woorden: je vraagt wie er eigenlijk achter die 'factor arbeid' zit, die voor welvaart zorgt omdat er winst gemaakt kan worden bij verkoop van het eindproduct. De ene vraag roept de andere op, want het ligt voor de hand dan ook te vragen wie er achter de op te strijken winst zit. Wat is de identiteit van die mensen, wat is hun ethiek, hoe werkt de economische rolverdeling in psychologisch opzicht?

Dit zijn allemaal vragen die in feite worden opgeroepen door Annemike's reflectie op dank- en oogstvieringen. Ik probeer een systeemmentaliteit op het spoor te komen langs een theologische omweg. Dat is mogelijk omdat religie altijd een tweede stem laat horen bij de werkelijke verhoudingen waarin mensen leven en werken. Een stem van kritiek en legitimatie, van reflecties en rituelen. De term 'goedkope genade' wordt gebruikt door Dietrich Bonhoeffer in zijn boek Nachfolge (1937). Hij reflecteert op een theologisch item dat een centrale rol speelt in de controversen tussen protestantisme en katholicisme. Het gaat om het offer van de Gekruisigde als het hart van het christelijk geloof. Bonhoeffer waarschuwt voor een te gemakkelijke levenshouding op grond van een typisch protestantse verwerping van 'goede werken'. Protestanten maken zich afhankelijk van Gods genade, waar katholieken menen een bijdrage aan hun heil te moeten leveren. Het gevaar waarvoor Bonhoeffer waarschuwt luidt als volgt. Wij krijgen Gods liefde 'om niet', door het lijden van de Gekruisigde. Wie gelooft in het offer waardoor God zich met de mens verzoende, is binnen. Wie niet gelooft blijft buiten. Een ander doet het werk en jij hoeft er maar in te geloven. Ziehier de parallel met ons economisch systeem: een ander doet het werk en jij strijkt de winst op - ook als je er op indirecte wijze van profiteert. Wie daar bezwaren tegen heeft, valt buiten de boot - wat zijn beweegredenen ook mogen zijn. Het gaat om een gemakkelijke levenshouding die schermt met het aanbod van Gods genade die tot niets verplicht. Jezus heeft voor ons geleden en is aan het kruis gestorven, waarmee onze zonde werd vergeven, weggenomen. Wij mogen leven als verloste kinderen Gods die het aan niets zal ontbreken. Het gevaar van Gods oordeel is afgewend.

De goedkoopte zit hem in het vrijblijvende. Omdat we niets aan ons lot kunnen toe- of afdoen, hoeven we ook geen 'goede werken' te verrichten voor ons (toekomstig) heil, het heil van de gelovige, het individu. Aardse zegeningen zijn een gevolg en dus ook een teken van het uitverkoren zijn. Tel uw zegeningen, want zij duiden op de plaats die je hebt in Gods aandacht. Ik heb er in mijn boek Versteende religie (2007) voor gepleit religie en geloof een tweede plaats toe te kennen. Eerst komt het menselijk bestaan in naar tijd en plaats uiteenlopende contexten, en dan pas de interpretatie en toepassing van heilige teksten. Waarbij je veilig kunt aannemen dat genoemde teksten ook al interpretaties van mondeling overgeleverde verhalen zijn.

Wie de omgekeerde weg gaat, komt in het vaarwater van Max Weber die in zijn Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1905) de feitelijke verhoudingen te veel afhankelijk maakt van geloof en religie. Of bij Karl Barth die in KD III/4 (1951) de arbeid aanduidt als parergon, na het 'echte werk' dat door Christus is verricht. Hij kan daardoor geen adequate analyse van de feitelijk heersende imperatieven maken.

De sterke nadruk op de vrije genade Gods was noodzakelijk om de overgang van de middeleeuwse naar de moderne samenleving te kunnen maken. Maarten Luther wordt dan ook wel eens de eerste belangrijke burgerlijke denker genoemd.

Bonhoeffer ziet waartoe de vrijblijvendheid heeft geleid. In nazi-Duitsland heeft het leerstuk van de uitverkiezing de bizarre vorm van rassenideologie aangenomen. De ik-gerichtheid heeft alle gevoel voor medemenselijkheid en mensenrechten vernietigd. Het collectieve volks-ik is tot een wraaklustige duizendkoppige draak uitgegroeid. Dat is pas goedkoop: door geboorte behoor je er bij - of niet. Het oordeel over de 'ongelovigen' vindt plaats op de automatische piloot van de etnische zuivering. Huiveringwekkend, en zeker niet alleen aan moslims te verwijten.

Bonhoeffer plaatst hier 'dure genade' tegenover. In het kader van ethiek als navolging van Christus gaat het er juist om dat je Christus volgt in zijn daden van verzet tegen onrecht en partij kiezen voor hen die er het slechtst aan toe zijn. Ook als persoonlijk lijden daarbij niet te vermijden is. Iemand die de navolging serieus neemt, laat zich niet uitschakelen (goedkope genade) maar juist inschakelen (dure genade). Het pro me van Christus' lijden is geen hocus pocus (een verbasterde versie van de eucharistieformule hoc est corpus meum) dat mij buiten schot plaatst. Veeleer word ik betrokken in de messiaanse activiteit die het oordeel (kritiek) voltrekt over hen die misdaden tegen de menselijkheid begaan.

Een heilig moeten

Zo staat de 'goedkope genade' voor het verraad van het geloof. De vragen die in de sfeer van ethiek en psychologie gesteld moeten worden kunnen niet meer aan bod komen. Lekker goedkoop leven op andermans kosten - het is wat mensen het liefst willen. En wat dus tot systeem is verheven, theologisch en economisch. Zoals business en bank afhankelijk zijn van goedkope arbeid en grondstoffen die duur verkocht worden, zo steunt zo'n religie op goedkope genade die duur verkocht wordt.

Zijn deze systeemwetten van religie en economie absoluut? Ik denk het niet, omdat de menselijke factor altijd weer roet in het eten gooit. Zodra goedkope genade door dure genade wordt vervangen, zoals Bonhoeffer doet, komen lastige vragen op. Zoals Bonhoeffer kon vragen naar de autonomie van de mens in een dictatoriaal systeem, kunnen wij vragen naar onze afhankelijkheid van het geld. Dit soort vragen op zich ondermijnen al het systeem waarbinnen ze aan de orde komen. Daarom de nu volgende korte beschouwing over geld, waarbij ik een schema van Marx gebruik.

Geld heeft een broedfunctie. Die kun je schematisch zo weergeven: G ->(W) ->G'. G staat voor een som geld die men investeert door een waar of product (W) te kopen en G' is de som geld die bij verkoop gegenereerd wordt, waarbij uiteraard geldt: G' > G. In deze formule wordt duidelijk dat W een vehikel is om aan geld te komen. Goedkoop inkopen, duur verkopen! Maar dan moeten de productiekosten minimaal zijn. Automatisering dus en goedkope arbeid. Ook de geldhandel, waar W weggeretoucheerd is, is afhankelijk van productie en handel.

De economie-als-rekensom bepaalt wat er moet gebeuren om de oogst te laten slagen. Zo moet arbeid goedkoop zijn en zo moet de politiek soepel omgaan met schendingen van de mensenrechten en milieuwetovertredingen. Zo niet, dan sta je in dit mondiale systeem buiten spel. Alle oogst van grond en arbeid werkt mee aan de grote oogst van het geld.

Hier zie je mooi hoe psychologie (gehoorzamen op straffe van ondergang) en ethiek (de imperatief van concurrentie en winst) door de systeemwetten gemangeld worden. Het resultaat is een goedkoop mensentype, 'zonder eigenschappen'. Maar gelukkig kunnen mensen uiteindelijk niet leven zonder vragen te stellen bij hun conditie, fysiek en psychisch. De religieuze component die als tweede stem dit kritische liedje meezingt noem ik 'dure genade'. Wie vragen stelt in de boven geschetste sfeer: wie zijn die goedkope arbeidskrachten, hoe is de uitgebuite aarde er aan toe, wie zijn de winstmakers die leven 'op kosten van' - die oriënteert zich op dure genade.

Ik eindig waar Annemike begon. De oriëntatie op dure genade kan zinvol aan de orde worden gesteld in 'Dank- en oogstvieringen'. 'Laten we het klein houden' riep Schumacher. Annemike voelt daar wel voor. We onttrekken ons dan tenminste aan de goddeloze 'oogstfeesten van het kapitaal', van aandelenvergaderingen tot voetbalgekte, van speculeren tot cultuurvernietiging. Maar pas op: wie zich onttrekt, doet niet meer mee. Ik denk dat we bij genoemde oogstfeesten juist volop aanwezig moeten zijn. Íemand zal er toch voor moeten zorgen dat ethiek en psychologie weer mee gaan tellen, of, in theologische termen, dat de God van de 'dure genade' erbij aanwezig is. Noem hem een geldgod, maar dan andersom: God leeft in de verbeelding van mensen - die zonder geld simpelweg niet kunnen leven. God als kritiek, want geld geldt als levensader van Gods schepselen. Geen oogstfeest zonder de roep om rechtvaardigheid en duurzaamheid!