Hans Dirk van Hoogstraten

Het realisme van het geweld

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.2 (2009) nr.1 (thema: ‘Hoopvol en realistisch’)

Deze tekst schrijf ik tijdens het treffen van Israël en Hamas. Alom wordt geprotesteerd en gedebatteerd. Het geweld in het Middenoosten werkt als een steen die in het water wordt gegooid: de kringen die er door worden veroorzaakt lijken tsunamigewijs de wereldzeeën over te gaan. Verbitterde vechters voor de Palestijnen vinden honende tegenstanders op hun pad. Genocidaal wordt genoemd wie het voor Israël opneemt. Het wapengeweld roept geweld met woorden op.

Vanwaar deze fascinatie voor geweld? Hoe vind je manieren om het geweld te beheersen – in jezelf en in de samenleving? Dat zijn vragen waarover de twee schrijvers zich buigen die de geruchtmakende boeken over woede en geweld schreven die hier aan de orde komen: Peter Sloterdijk en Hans Achterhuis. Beide zijn realisten. Beide zijn van mening dat er alleen sprake van hoop kan zijn als utopische idealen over een geweldloze samenleving worden opgegeven. De geschiedenis toont immers dat utopieën niet zonder geweld kunnen – disproportioneel en vergeefs geweld.

Waar sta ik, waar sta jij? De waar-vraag, zo heb ik in het vorige nummer van VrijZinnig geschreven, vereist zorgvuldige filosofische onderbouwing. Onder de titel ‘Brutaal en fascinerend’ besprak ik toen ‘Sferen’ van Peter Sloterdijk. Zoals ik daar al aangaf, is nu zijn boek ‘Woede en tijd’ aan de beurt. Het gaat om ‘een politiek-psychologisch essay’ dat je helpt je positie te bepalen, juist in geweldkwesties. Dat klinkt wat al te droog: Sloterdijk lezen is altijd een emotionele zoektocht in de diepten. Hoe kan in godesnaam geweld zulke verbijsterende proporties aannemen?

Het onlangs verschenen boek ‘Met alle geweld’ van Achterhuis is al evenmin met droge ogen te lezen. Achterhuis spaart zijn lezers niet. Hij schrijft heel realistisch maar zijn werk is bepaald geen reality show. In voortdurend gesprek met denkers als Hannah Arendt en Carl Schmitt zoekt hij verbeten naar oorzaken, gevolgen, en naar een juiste benadering om het probleem van geweld en woede überhaupt te kunnen tackelen. Wie gaat mee op deze ‘filosofische zoektocht’ (ondertitel)?

Woede wereldwijd

Je kunt woede, net als geld, opslaan op de bank

Toorn en woede zijn altijd overal aanwezig. Sloterdijk begint bij Homerus, openingsepos van de westerse beschaving. De Ilias begint met de woede, de toorn, de gekrenkte eer van Achilles. Deze emoties vormen de motor van het verhaal. Woede moet ergens heen. Dat hoeft niet stante pede. Je kunt woede, net als geld, opslaan op de bank – om met een door Sloterdijk vaak gehanteerde metafoor te spreken. Op het geëigende ogenblik kan de rekeninghouder gebruik maken van de opgeslagen woedearsenalen. Dan wordt wraak genomen op degene die – ooit – de woede heeft veroorzaakt. Wie denkt hier niet aan eerwraak? Maar er is meer, veel meer.

In het hoofdstuk ‘De toornige God. Op weg naar de uitvinding van de metafysische wraakbank’ neemt de auteur de lezer mee in een fascinerend betoog over de rol van religie bij de woedehuishouding van een samenleving. Zolang de menselijke woede op een goddelijke instantie wordt geprojecteerd, kunnen de leden van een groep in betrekkelijke rust en veiligheid leven. Ze moeten wel hun best doen om de toornige God te vriend te houden. Het juiste geloof, de ware offers, een houding van gehoorzaamheid – het werkt allemaal mee om de komende toorn te ontlopen.

Natuurlijk bedient die God als directeur van de wraakbank zich van zijn medewerkers op aarde. Denk aan de inquisitie of aan de uitvoerders van de sharia, en je begrijpt meteen wat bedoeld wordt. Weg ermee! Maar wat dan? Sloterdijk tekent een somber beeld van de woedemobilisatie in bij voorbeeld het communisme, die leidde tot miljoenen slachtoffers. Niet alleen Rusland, maar ook het China van Mao wordt ontleed. Waar utopieën met mensen aan de haal gaan, kunnen vreselijke dingen gebeuren. Zuiveringen zijn aan de orde van de dag, want de – uiteraard vermeende – vijand die de goede toekomst tegenhoudt moet vernietigd worden.

Met alle geweld

Een woedend boek, zo zou je Sloterdijks geesteskind kunnen noemen. Hoe verging het mij als lezer? Na de betovering volgde de ontnuchtering. Veel vragen doemden op die onbeantwoord bleven. Hoe ging dat toch allemaal in z’n werk, die mobilisatie van woede tegen/van een klasse of een ras? Welke rol spelen angst of vergeldingsdrang? Werd het denken eenvoudig uitgeschakeld bij de veldslagen die de Deugd of de Partij of het Ras moesten leveren tegen de ‘ondermensen’? Net toen ik tot wanhoop dreigde te vervallen, geschiedde een wonder: ziet, daar was ‘Met alle geweld’.

Achterhuis’ forse studie levert een belangrijke bijdrage om de qua tijd en plaats verspreide geweldsadministratie althans enigszins te ordenen. Hij is het geheel eens met Sloterdijk dat geweld en woede wereldwijde verschijnselen zijn. Hij tekent de mens als een wezen dat wil hebben wat een ander heeft en dat uit is op eer en erkenning. Zijn mimetische begeerte wordt gewekt als een ander meer heeft dan hijzelf. Hij wil met alle geweld zijn gelijk halen. Kaïn en Abel staan model voor de oermythe van het geweld.

Achterhuis’ boek heeft trekken van een autobiografie. Dat is heel leerzaam, zeker voor mij als generatiegenoot. Hij laat zien waar hijzelf in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in zijn linkse activisme uitging van een al te naïef idealisme. In die zin is het boek een heilzaam commentaar bij periodieke heksenjachten op alles wat naar burgerlijke opstand en revolutie riekt. Maar er is meer. Het doet je door zijn diepgravende analyses en confrontaties ook een leidraad aan de hand om je plaats te bepalen bij conflicten en geweldsuitbarstingen als die in Gaza nu.

Gaza

Eeuwenlang hebben de Joden geweld over zich afgeroepen. Het antisemitisme heeft vele oorzaken. Achterhuis noemt de voorbeeldfunctie in de profetische verhalen die het Oude Testament bevat. Onverbloemd wordt daar het geweld getoond, maar zonder de zelfverheffing waarvan bij andere volken sprake is. Ik denk dat ook de christelijke waarheidsclaim een rol speelt. De geïnteresseerde lezer verwijs ik naar mijn recente artikel dat de gewelddadige antisemitische implicaties beschrijft van een christelijke staatsleer (http://hansdirk.vanhoogstraten.org/, onder ‘Essays en referaten’: ‘Identiteit en antisemitisme…’ ).

Het huidige Hamas-antisemitisme vertoont daar gelijkenis mee. Door veel schade en schande hebben westerse landen geleerd dat alleen door overleg binnen een democratische inrichting van de samenleving geweld onder controle kan worden gehouden. Dat betekent radicaal afzien van waarheidsclaims en vijandbeelden.

Zo ver is het in islamitische samenlevingsverbanden nog lang niet. Het Middenoosten als proeftuin: al jaren zie je, als twee klassieke uitersten, de beheerste geweldsuitoefening van de (westerse) macht tegenover de onbeheerste geweldsexplosies door (islamitische) onmacht. De utopie van de totale vernietiging van de vijand door eindeloze raketbeschietingen levert echter niets op. Niets anders dan het geweld van een getergde reus.

De islamitische jihad moge zich voordoen als nieuwe loot aan de geweldsstam – de stam is dood en geen enkele loot heeft kans op leven. Wie zijn recht wil halen zal, ook in het middenoosten, de weg van emancipatiestrijd moeten kiezen – in eerste instantie in eigen gelederen. Israël kan daarbij een leidende rol spelen, mits de ware vrijheid van hen die wegtrokken uit Egypte de Israëli’s van nu leidt bij het beleid. Daarbij gaat het pas in tweede instantie om religie, zoals de westerse emancipatiegeschiedenis leert. De ware hoop op vrede kan alleen bloeien en mensen werven als heel realistisch naar oplossingen wordt gezocht om onrecht op te heffen en ieder een leven in het land van belofte te gunnen.

Hans Dirk van Hoogstraten