Hans Dirk van Hoogstraten

Recensies Versteende Religie

Hans Dirk van Hoogstraten, Versteende religie; essay over enkele essentiële elementen in de islamdiscussie, Vught, Skandalon, 2007, 208 pgs, € 19,50

Recensie door Teunard van der Linden in In de Waagschaal, mei 2008

Versteende religie

Durven wij in de islamdiscussie behalve de islam af te schilderen als een ons vreemde, premoderne eercultuur, óók de confrontatie met onze eigen christelijke en westerse traditie aan te gaan en vormen van 'versteende religie' die zich daarin voordoen op te sporen? Voor mij ligt, ter bespreking, een aanstekelijk essay dat deze vraag opneemt. Auteur is de Nijmeegse oud universitair hoofddocent en Bonhoefferkenner Hans Dirk van Hoogstraten. Langs velerlei invalshoek benadert hij zijn vraag, theologisch geschoold, filosofisch onderlegd, historisch bewust en sociaalethisch geïnteresseerd. De theocratie wordt uit het zadel gelicht, de autonomie verdedigd en de Mammon onder kritiek gesteld. Verstening

Rode draad in het boek van Van Hoogstraten is de metafoor van versteend hout. Het is eigenlijk een misleidende term, want versteend hout is steen. Van het oorspronkelijke hout blijft bij petrified forest geen spaander over, maar wel de vorm. We weten bovendien dat deze steen er nooit geweest zou zijn zonder hout. Van Hoogstraten past de metafoor in zijn boek toe op het verschijnsel religie. Verstenen doet religie als de oorspronkelijke tweede viool die de godsdienst in het leven behoort te spelen, tot eerste viool wordt. Daardoor treedt een vorm van religieus absolutisme op, dat gepaard gaat met dwingende metafysische systemen en voorschriften, die de autonomie ondermijnen en zich als een kaasstolp over het leven en over de omgang met andere tradities en mensen uit andere culturen leggen. Het behoeft geen betoog, dat dit proces zich in de moslimcultuur en in fundamentalistische kringen veelvuldig voordoet: dat de religie het leven in zich opzuigt en de ander, die buiten staat, tot ongelovige maakt.

Spannend is de vraag, hoeveel versteende religie er in de christelijke traditie en in de postmoderne cultuur aanwezig is

Spannend is de vraag, hoeveel versteende religie er in de christelijke traditie en in de postmoderne cultuur aanwezig is, al dan niet onder de oppervlakte. Als de versteende religie in zijn westerse gedaante evengoed herkend en erkend wordt als die in islamgewaad, dan zijn twee gelijkwaardige gesprekspartners geboren. Voorlopig heeft het Westen in zijn machtigste vertegenwoordiger een heel andere strategie gevolgd (met geweld democratie exporteren). Daarom is het tijd voor bezinning op de vraag hoe het gesprek en de confrontatie met de islam moeten worden aangegaan.

Reis

Om een aantal essentiële elementen in de islamdiscussie boven tafel te krijgen, geconcentreerd rond het begrip versteende religie, maakt Van Hoogstraten een boeiende reis langs een aantal symbolische hoofdsteden. Hij begint en eindigt zijn reis in Manhattan, waar de krachten van (seculier) jodendom, christendom en de extreme islam elkaar als nergens elders ter wereld hebben gekruist. Zijn tocht voert langs Mekka als de moslimstad bij uitstek, langs Wenen als hoofdstad van de psychoanalyse, Athene als de stad van de grondleggers Aristoteles en Plato, Jeruzalem als ontmoetingsplek van de drie grote religies, en Berlijn als stad van jodenster en van Dietrich Bonhoeffer. Telkens zoekt hij in deze steden naar de bijbehorende symbooltaal, naar momenten van verstening, beslissende gebeurtenissen, inspirerende verhalen en ontmoetingen, en verborgen gelijkenissen met ontwikkelingen in de islam. Resultaat is, zo maakt Van Hoogstraten als gids duidelijk, dat wij zullen moeten toegeven dat er ook in de christelijke traditie en in de moderne westerse manier van leven en denken veel vormen van verstening en van versteende religie zijn aan te wijzen, die evengoed het virus van de dood en van het antisemitisme in zich dragen als de extremistische islam. Het gaat vooral mis volgens de auteur als de metafysica begint mee te doen en tot allerlei vormen van verharding, verstarring en verstening leidt. Waarheidclaims en een hemel die naar de aarde getrokken wordt, ze bederven het spel van de verbeelding, de lach en de luchthartigheid. De roomse wereldkerk brengt het er niet beter vanaf. Ook de moederkerk stelt zichzelf op de voorgrond en laat weinig ruimte voor het polyfone leven en voor autonome wereldburgers, die er geen behoefte aan hebben sacramenteel gewiegd te worden in de schoot van de kerk. Ridderlijk weigert Van Hoogstraten een dergelijke vrijwillige onmondigheid.

Tenach

Om zijn begrip van versteende religie een kritisch tegenover te geven, contrasteert hij de verstening in de wijze waarop zowel het christelijke westen als de moslimwereld met religie zijn omgegaan, een en ander maal met de wijze waarop het in hun beider 'moederreligie': in de joodse Tenach toegaat. Hier komt God en het goddelijke verhalenderwijs ter sprake, vragendenderwijs en spelenderwijs. In het kader van het verbond is autonomie gewaarborgd en wordt de mens als subject niet opzij gezet in slaafse onderworpenheid. Er blijft door de verhalen die verteld worden in de Tenach, als reflectie op ervaringen van onderdrukking en bevrijding, ook een zekere afstand, die humor mogelijk maakt en de strenge aristotelische, thomistische en islamitische systemen aan het wankelen brengt, zoals het boek van de lach in de bekende thriller van Umberto Eco. Systematische interpretatieschema's passen niet bij de aard van het joodse denken. De confrontatie met de oorspronkelijke joodse religie betekent voor zowel de islamitische als de christelijke religie hun demasqué als versteende religie. Beide geloofstradities zijn ernstig gebaat bij een joodse herbronning. In de Tenach dragen verhalen traditie over, antimetafysisch, speels en met humor, zoals in het verhaal van Jona. Het Jodendom is geen totaliserende religie en minder vatbaar voor religie als legitimering van de bestaande orde. Probleem is alleen, dat er veel 'metafysisch georiënteerde' christenen en moslims zijn, die in hun absolutisme nog altijd hun angst bezweren (Freud) en Joden haten in hun 'spelen met God.' Juist de speelsheid staat heilige onderworpenheid aan een religieus getoonzette eercultuur in de weg.

Tweede viool

Religie vertoont de neiging een overheersende rol te spelen: de eerste viool

De metafoor van de tweede viool speelt een minstens zo belangrijke rol in de denkweg die Van Hoogstraten aflegt als het begrip versteende religie. Beide vormen van beeldspraak leggen elkaar uit. Waar dit gebeurt, raken wij aan de kern van zijn betoog. Religie heeft volgens hem alleen kans van slagen, als zij precies gedefinieerd wordt. Religie vertoont de neiging een overheersende rol te spelen: de eerste viool. Daar moeten we niet in meegaan, want dat bederft het leven en de vrije omgang met elkaar. Wie zich laat meezuigen door een alles overheersende religieuze metafysica, of dit nu is in de vorm van islamculturen, van een katholiek universum of van de vrijemarktimperatieven, is volgens Van Hoogstraten verloren. Mensen die van een versteend geloofssysteem deel uitmaken, religieus of seculier (religie hielp het kapitalisme in het zadel, dat zijn priesters heeft in de onaantastbare managers), hebben hun leven uit handen gegeven, hun autonome rol als vrij partner in het verbond, dan wel hun mondige burgerschap in een vrije democratie. Religie als tweede stem in het gebeuren: daarmee zitten we op het goede spoor. Deze kwalificatie geeft het geloof en de verbeelding van mensen een onverwachte wendbaarheid en dynamiek. 'Spelen met God,' zoals in de verhalen over Israel, het volk van de verbeelding, veronderstelt een mate van afstand. Als religie de tweede viool speelt en zich niet op de voorgrond dringt, reikt zij ons de helpende hand om onze eigen plek in de wereld (en 'binnen de globaliseringsmoloch') in te nemen.

Bonhoeffer

In Berlijn scherpt Van Hoogstraten zijn blik ook aan die van Bonhoeffer en zijn brieven uit de gevangenis. Bonhoeffer stelde zich teweer tegen een rechts totalitair systeem, dat zich definitief tegen het jodendom keerde en de religie misbruikte om het volk te mobiliseren. Bonhoeffer doorzag de misleiding en voorzag dat de(ze) religie in de toekomst overbodig zou worden. Daarom maakt hij in zijn denken als lutheraan een revolutionaire omslag: de twee rijkenleer heeft afgedaan, de religie is uitgediend en het Nieuwe Testament zullen we vanuit de joodse Tenach moeten uitleggen. Het christendom is geen verlossingsmythe, maar zal het voorlaatste weer serieus moeten leren nemen, de Diesseitigkeit van het door God geheiligde aardse leven in zijn volle lengte en breedte, en de verantwoordelijkheid, waaronder die voor de joodse slachtoffers van de staatsterreur. Alleen wie het voor de joden opneemt, mag gregoriaans zingen; wij leven in het voorlaatste; en goedkoop comfort verstaan als genade is een leugen: ziedaar het dynamiet dat Van Hoogstraten ophaalt in Berlijn, om het in de slothoofdstukken onder het vrije marktdenken aan te brengen, niet in zijn historische vorm - secularisatie is de gang van de geschiedenis, de Verlichting een noodzakelijke exodus - maar in zijn absolutistische vorm van alleen maar groei, méér consumptie, export en nog meer geld verdienen.

Sturing

Wat het moderne, zichzelf absoluut stellende marktdenken mist, is sturing. Het marktdenken is zelf een nieuwe vorm van versteende religie geworden en mist node de elementaire sturing door de tweede oude joodse vragen: wat tot zegen is en wat tot vloek. Zo spreekt de Tenach ook in het slot van het betoog mee, in lijn met de ontdekkingen van Bonhoeffer.

Het essay van Van Hoogstraten is een spannende tocht onder leiding van een welgeïnformeerde gids. Zijn integrale aanpak om jodendom, christendom en islam, en premoderne, moderne en postmoderne denkers met elkaar in gesprek te brengen, leidt tot een uiterst boeiende reis. Een wat minder sterk punt is misschien de wat naïeve en romantische voorstelling van de joodse traditie, waarvan Van Hoogstraten de verstening minder diepgaand beschrijft. Hij neemt het joodse denken op naar zijn beste vorm. Heel veel moeite heb ik daar niet mee. God is de God van het leven, en het oefenen van een speelse en kritische houding in zake religie en geloof: daarin gaat de auteur ons voor.

T.G. van der Linden


Recensie door Anne Kooi in Ophef, juni 2008

Hans Dirk van Hoogstraten mengt zich met een bijzonder en origineel boek in de hedendaagse Islamdiscussie. In een boeiend vertoog wordt de lezer naar zes steden geleid die in de ogen van Van Hoogstraten kunnen 'getuigen' van even zovele invalshoeken in de discussie. Van het Mekka van de Islam worden we via Wenen, Athene, Jeruzalem en Berlijn naar het Mekka van de mondialisering geleid: New York. New York staat voor de stad waarvan het hart is weggesneden met de aanslagen op 11 september 2001 door het moslimfundamentalisme (pg154). New York staat tegelijkertijd voor de teloorgang van de linkse beweging die het verliest in het globaliseringdebat; en New York staat eveneens voor een andere manier van reageren op tegenslagen die de ruggengraat van een samenleving treffen. New York vernieuwt en herstelt zich principieel (en doet dat ook voortdurend zoals de herbouw op 'ground zero' getuigt), zoals de islam zichzelf principieel conserveert.

Hans Dirk van Hoogstraten mengt zich met een bijzonder en origineel boek in de hedendaagse Islamdiscussie.

Gedurende de tocht langs de zes steden, die overigens met een symbolisch bezoek worden aangedaan, komen we achtereenvolgens langs in: - Mekka als de dieper liggende vraag naar de terreur van de islam en de duiding daarvan, - Wenen, als de vraag naar wat de psychoanalyse kan bijdragen aan het begrijpen van religie, - Athene, als vraag naar de bronnen van beschaving en de betekenis van de meta-fysica daarin, - Jeruzalem, als brandpunt van de drie Abrahamitische godsdiensten; een plek van emotie en de verbeelding daarvan, - Berlijn, "de stad van de jodenster en het holocaustmuseum", de vraag ook naar de betekenis van Bonhoeffer als verzetsstrijder en als religiecriticus, en tenslotte dus - New York als "hoofdstad van de wereld die staat voor het ultieme westen, de 'mythe van het Westen'" (pg 21,22).

De onderneming is moedig. Van Hoogstraten maakt geen onderscheid tussen de 'normale' gematigde mainstream islam en haar extremistische uitwassen. Hij sluit een aantal malen aan bij Ayaan Hirsi Ali, die de fundamentalistische uitleg van de Islam benoemt als de 'zuivere' islam om aan te geven dat het fundamentalisme geen aberratie is van een overigens vredelievende godsdienst, maar weldegelijk gezien moet worden als een probleem dat na aan het hart ligt van de islam (onderwerping) als zodanig. Gaandeweg mis ik dan wel soms node de relativering. Ik mis de erkenning van gematigde geluiden die naar mijn idee toch weldegelijk binnen de islam in het westen van betekenis zijn. De voorzichtige toenadering die soms concrete vruchten van begrip afwerpt in lokale praktijken van de interreligieuze dialoog lijken niet interessant. Maar dat is misschien ook wel de kracht van dit essay. De problemen met de islam worden eerder uitvergroot, en de bekende apologetische bewegingen om de islam te verontschuldigen van 'ons soort mensen' worden gewogen en te licht bevonden. Daarvoor in de plaats komt een betoog dat enerzijds grote lijnen trekt - dat de steden en hun verbeelding ziet, zeg maar, en niet de wijken - maar anderzijds ook iets waardevols oplevert. Namelijk een duiding van de islam die ook het christelijke westen niet ontschuldigt, en tevens een nieuwe visie op religie. Althans op de drie Abrahamitische godsdiensten.

…een betoog dat enerzijds grote lijnen trekt - dat de steden en hun verbeelding ziet, zeg maar, en niet de wijken - maar anderzijds ook iets waardevols oplevert.

Niet 'geloof' en 'religie' is de tegenstelling, maar 'religie' en 'versteende religie'. Versteende religie staat voor een tweede betekenislaag van religie in de werkelijkheid, namelijk religie als sociaal-cultureel erfgoed waarin een samenleving ingebed is, en waaraan een individu zich in het alledaagse leven niet onttrekt. "Religie vindt haar oorsprong in heersende persoonlijke en sociale verhoudingen en onderhoudt daarmee een - onbewuste, verborgen, geheime - relatie. Dit uitgangspunt maakt het mogelijk heel anders over de religie en de religieuze verbeelding van de islam en die van ons te spreken dan nu vaak gebeurt. Analyse van religie op dit niveau zal ruimte maken voor fenomenen die de mens afhankelijk maken. Zo een analyse kan zich niet meer beperken tot allerindividueelste gevoelens en expressies. Er is meer aan de orde: de gegeven orde die een merkwaardige invloed op de mens kan uitoefenen. Een orde waaraan ieder, religieus of niet, zich lijkt vast te klampen." (pg 42) De verstening van de religie is niet te begrijpen zonder begrip van de meta-fysica; de transcendentie van de religie en haar betekenis, of verbeelding, daarvan in een samenleving. "(…) geen cultuur, of er is ergens wel een laag aan te wijzen die als religieuze verbeelding kan worden aangemerkt. Zelfs de high-tech, post-moral, global-oriented samenleving als de huidige ontkomt er niet aan. Het is als met de röntgen-doorlichte Nachtwacht. Wie eenmaal oog heeft voor versteende religie, ziet andere dingen dan deskundigen op het gebied van markt en maatschappij ons willen doen geloven." De invloed van de religie die zo op de tweede plaats (in tweede instantie) komt, wint het in alle opzichten van de veel beperktere invloed van religie of godsdienstigheid in directe zin.

De invloed van de religie die zo op de tweede plaats (in tweede instantie) komt, wint het in alle opzichten van de veel beperktere invloed van religie of godsdienstigheid in directe zin.

De invloed van Arend van Leeuwen is in 'versteende religie' duidelijk merkbaar. De religiekritiek die hij heeft ontwikkeld geeft Van Hoogstraten handvaten om de grote lijnen en het mondiale perspectief te kunnen zien, inclusief de dictatoriale politieke systemen zoals die bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië bestaan, en die geen dynamische economie zullen verdragen (pg 180). Maar dat is nog niet het belangrijkste. Wat deze discussie voor de christelijke wereld een bijzondere urgentie geeft is het besef dat zowel het christendom als de islam getekend worden door antisemitisme. "Daarom moet als een mantra of een cadans in alle discussie met moslims klinken: zoekend naar zekerheid over hun lot en veiligheid in bedreigde omstandigheden, vonden mensen lange tijd onderdak in religieuze stelsels. Het verzet tegen de vijand (lees: de joden in het vooroorlogse Europa, AK) was hier onlosmakelijk mee verbonden. Dat hebben we historisch gezien gemeen en tegen dat licht praten we over de ontwikkelingen nu."(pg 19). De ontkenning van de holocaust door de islamitische wereld, zoals beschreven in het 18e hoofdstukje "Holocaust? - nooit van gehoord", legt bloot dat het denken in vijandsbeelden inherent is aan de islam. Niet toevallig zijn weer de joden het mikpunt.

Dat maakt de halte Berlijn en een ontmoeting met Dietrich Bonhoeffer onmisbaar. Bonhoeffer is van belang omdat hij de vraag stelt hoe Christus de Heer kan worden van de religielozen. Hij thematiseert het afscheid van religie, maar doet dat zo dat democratie, verzet en vrijheid een intensere betekenis krijgen. Hij zoekt naar een niet-religieuze interpretatie van de Bijbel. Een citaat van Bonhoeffer op pg 136: "De God die ons in de wereld doet leven zonder de werkhypothese God, is de God voor wiens aanschijn wij staan. Voor en met God leven wij zonder God. God laat zich in de wereld terugdringen tot op het kruis. God is zwak en machteloos in de wereld en zo helpt hij ons. Een leven van deelname aan Gods machteloosheid in de wereld betekent […] dat je pas leert geloven als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God, dan neem je niet meer je eigen lijden maar Gods lijden in de wereld au sérieux, dan waak je met Christus in Gethsemane."

De betekenis van Bonhoeffer ligt in de doorbreking van religieuze verstening als zodanig, in de herijking van godsdienst als verzet tegen het inhumane, en in het herlezen van geschriften die het christendom constitueren (mn. het Nieuwe Testament) als joodse geschriften.

Het is naar mijn idee een omissie dat Van Hoogstraten het reëel bestaande Israël, met haar evenzeer versteende religie zou je denken, plus de enorme problemen in het Midden Oosten, nauwelijks een rol laat spelen in zijn boek. Tegenover de versteende religie van zowel het christendom als de islam staat het Oud Testamentische Israël. Dit Israël is een angel in het vlees van het christendom en de islam: "Het ergste wat de Joden in hun oude geschriften altijd gedaan hebben en nog vaak doen is spelen met God. Hiermee heb ik een intieme betrokkenheid op het oog. Een spel goed spelen is een serieuze zaak (…) Het is een ernstig spel met veel humor, ernstige humor. Toch maakt dit metafysisch bemeten mensen razend. Als je zo met God omgaat verdampt alles wat zeker is, zeggen zij. De christelijke en islamitische culturen hebben er iets op gevonden. Door God en zijn getuigen in hun eigen schema's te persen, menen ze Israëls gedachtenis beter te bewaren dan de Joden als oorspronkelijk beheerders dat zelf kunnen. Zo worden in de christelijke traditie Abraham, Mozes en Elia allegorische of typologische voorafschaduwingen van Christus. Zo worden diezelfde figuren in de islam tot vrome moslim gebombardeerd." (pg 11) Dat is het begin van de verstening. Het concept 'God' wordt volgens Van Hoogstraten gladgestreken en tot een christelijk of islamitisch axioma verheven. "Geen enkele opgelegde schematiek, hoe vroom ook bedacht en hoe gelovig gebracht, kan het feit verhullen dat Israëls geschriften niet één consistent godsbeeld bevatten. Rond de teksten van Tenach of Oude Testament bewegen zich wolken van rabbijnse verhalen en interpretaties-in-discussievorm. Hieruit spreekt een oeroude wil tot zelfstandig interpreteren van de beelden en verhalen. Autonomie avant la lettre. Of liever een vorm van theocratie die onontkoombaar leidt tot autonomie, inclusief zelfkritiek." (pg 12)

Het concept 'God' wordt volgens Van Hoogstraten gladgestreken en tot een christelijk of islamitisch axioma verheven.

Dat is de, als ik het zo mag formuleren, missie waarmee Van Hoogstraten op reis is gegaan. Hij voert bij monde van Bonhoeffer een pleidooi om de Oud Testamentische speelse religie de ruimte te geven: "Hij (Bonhoeffer, AK) kan mensen helpen die in een overgangspositie zitten, zoals - vooral jonge - moslims in de westerse samenleving. Leef in de voorlaatste werkelijkheid van deze vrije samenleving, zo roept hij hen toe. Laat religie de tweede stem zijn en wees zelf de eerste stem in je leven. Laat de indrukken, de vrienden, de cultuur op je af komen. Maak zelf keuzes, trek weg uit de onderworpenheid die je aan je traditie, dus uiteindelijk aan jezelf te danken hebt. Maar - en daar gaat het om - laat die tweede stem wel beslissend meeklinken. Dat is namelijk de laatste werkelijkheid. Die vraagt waar je staat als het erop aankomt. Laat je niet door de westerse mentaliteit meeslepen die geen laatste woord meer wil horen. Voor hen is het laatste woord met het systeem gegeven - het staat of valt ermee. Maar dat is nu net versteende religie. Probeer de speelse religie terug te vinden. Hij stond aan de wieg van jouw traditie en dus ook aan die van jou."(pg 147)


Recensie van Jurjen Wiersma in De Stem van het Boek, uitgegeven door de Faculteit voor Protestantse Theologie te Brussel, XVIII, 4 (2007)

Van Hoogstraten, sociaalethicus te Nijmegen, wil in zijn jongste boek komaf maken met versteende religie, zoals hij dat aan de vooravond van de fundamentalismecontroverse deed met gevangen denken in 1986 in een ander boek. Versteende religie heeft haar oorspronkelijke veerkracht verloren en is niet langer bindmiddel en inspiratiebron van een gemeenschap. Dat overkwam het christendom toen het in de 4e eeuw van de huidige jaartelling promoveerde tot rijksgodsdienst en trekken kreeg die nog steeds herkenbaar zijn in het tandem Romana en Vaticaanstad. Denk ook aan het versteende heil, dat eerst werd verkondigd in termen van heilsgeschiedenis en daarop verscheen in de seculiere gedaante van de neoliberale markteconomie. Met de islam gaat het mutatis mutandis net zo, zeker met de islam die mee emigreerde naar westerse landen. Was het in de landen van herkomst religie van de meerderheid, in het land van aankomst wordt het religie van de minderheid. Dan moet het zich schikken en zich bijvoorbeeld in Frankrijk onderwerpen aan het religievrije publieke domein, de laïcité. Onder die omstandigheden verdwijnt de souplesse en verhardt het hart. Zo'n islam is specimen van versteende religie. Versteende religie sluit zich op in zichzelf, staat bol van de achterdocht en uit zich voortdurend verongelijkt, terwijl ze zich afzet tegen de vermeende vijandige omgeving. Als ultimum remedium grijpt ze naar de wapenen en moedigt extremisme aan.

Van Hoogstraten beschrijft zijn alternatief met verve en pleit voor religie als verbeelding

Van Hoogstraten beschrijft zijn alternatief met verve en pleit voor religie als verbeelding. Specimen van dit soort religie vindt hij in de Hebreeuwse bijbel / TeNacH, waar wordt gespeeld met God en de godsnamen. Verbeelding haalt heilige huisjes omver, spot met doodse doctrines en brengt absolute schema's aan het wankelen. Naast de portee van de Hebreeuwse bijbel is de auteur sterk beïnvloed door de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer: 'in feite is heel dit boek een proeve van hedendaags omgaan met Bonhoeffers erfenis', noteert hij op p. 204. Te denken is aan de doopbrief van mei 1944. Bonhoeffer wijst er op de machteloosheid van kerk en theologie in die dagen maar schrijft hoopvol dat er weer mensen zullen komen om het Woord van God zo te brengen dat het de wereld verandert en vernieuwt. 'Es wird eine neue Sprache sein...' Dat bedoelt Van Hoogstraten met verbeelding. Hij bedoelt nog iets. De verbeelde religie moet de tweede viool spelen. De tweede is net zo belangrijk als de eerste in een orkest. 'Zolang de religie maar de tweede viool blijft spelen, kan over mensenrechten en andere zaken van wezensbelang in een interreligieuze dialoog van gedachten worden gewisseld' (p.198). Neem een ander beeld: christendom en islam zijn geënt op het wortelstelsel van TeNacH. Door hun voedingssappen te halen uit dat stelsel kunnen zij wis en waarachtig van zich laten horen. In TeNacH wordt de muziek gemaakt, die van solidariteit en vrede, en van die verhalen kunnen zij leren de juiste toon aan te slaan, een toon zonder enige vorm van versteend en star triomfalisme. Gebeurt dat, leveren zij een constructieve bijdrage aan het vaak destructieve islamdebat. Dit boek is een uitnodigende gids. Het prikkelt de verbeelding van de lezers extra door hen naar Mekka, Wenen, Athene, Jeruzalem, Berlijn en New York te leiden. Wat in die steden is te beleven, kan in dit bestek niet worden uitgelegd maar mogen de lezers zelf ontdekken, en dat is zeer de moeite waard. (JW)


Recensie van Anton Wessels in NBD/Biblion, afd. Mediainformatie

Wat Bonhoeffer heeft geleerd over religiekritiek, is ook onder moslims en in de koran te vinden.

Volgens de auteur is de botsing tussen islam en westerse opvattingen terug te voeren op versteende vormen van religie. Dat conflict wil hij verhelderen aan de hand van 'heilige' plaatsen: Mekka, Wenen (psychoanalyse), Athene, Jeruzalem, Berlijn (Bonhoeffer) en New York (globalisering). Het boek staat vol met de bekende cliches over de islam als zou deze geen democratische traditie kennen, de eenheid van religie en politiek claimt, de onderworpenheid van het individu aan Allah oplegt en een beeldverbod heeft. Echter, veertien eeuwen islam hebben meestentijds een de facto scheiding van kerk en staat laten zien. Het beeldverbod, zowel in het jodendom als christendom, is ook in de islamitische wereld, nooit absoluut geweest. De vertaling van islam als (totale) 'overgave' past in het schema van de redenering, maar is onjuist en zou met enige kennis van de islamitische theologie ontkracht kunnen worden. Ook zijn er voorbeelden te geven hoe ook in de islamitische traditie de verbeelding aan de macht is. Het uitgangspunt van een botsing der culturen is daarom aanvechtbaar. Wat Bonhoeffer heeft geleerd over religiekritiek, is ook onder moslims en in de koran te vinden. Zo'n vergelijking zou de op zich treffende verwijzing naar steden veel spannender hebben gemaakt.


Recensie van Wouter Lookman, ‘Versteende religie’ voert ons terug naar ‘speelse
Oude Testament’ (pdf)


Het essay van Van Hoogstraten verveelt geen moment

Bespreking in Trouw van dinsdag 29 januari 2008, de Verdieping / religie en filosofie p.6, door Jan Greven. Titel: Christen en moslim moeten van hem bij joden in de leer.

In deze recensie komt het controversiële karakter van dit boek duidelijk naar voren. Dat levert spanning op, zoals bij voorbeeld door Jan Greven in zijn Trouw bespreking gemeld: “Het essay van Van Hoogstraten verveelt geen moment…De man leeft, kijkt om zich heen en schuwt de confrontatie niet.”


Bespreking in Nederlands Dagblad van vrijdag 16 november 2007, Het Katern / boeken – kerk en religie p.4, door Herman Veenhof

Bij deze laatste recensie zijn helaas de laatste twee regels weggevallen. De laatste alinea luidt:

“Het tweede bezwaar is meer structureel. Voor Van Hoogstraten zijn het gezag van de Bijbel, het gehoorzamen van God en ootmoed bij ons begrip van zijn beleid – ondoorgrondelijk – gepasseerde stations. Voor hen die deze krant lezen en maken zijn ze dat niet. Daar scheiden niet alleen de geesten, maar ook de wegen.”


Recensie op Zinweb door Titus Rivas, februari 2008

De boekenrubriek van ZINWEB hanteert een leuke maar linke formule: iedereen die zich aanmeldt, mag een recensie schrijven. Zo kwam mijn boek in handen van de filosoof en parapsycholoog Titus Rivas, een vermeende kenner van het rijk der doden. De recensie verdween even snel als hij was verschenen, maar vervelend was het om te lezen hoe een broodschrijver over de dood probeerde een karaktermoord op mij als schrijver te plegen. Ik kwam hem te na omdat ik heel anders over de dood schrijf dan onze parapsycholoog. Ik kan de tekst niet meer reproduceren, maar het komt er op neer dat deze recensent zijn gelijk niet bevestigd, maar veeleer ontkend vond. Dat overkomt deze beroepsgroep vaak – vandaar het verongelijkte toontje, bij voorbeeld als hij klaagt over het gebrek aan transcendentie in Versteende religie en de frustratie die bij hem als lezer toesloeg toen hij niet vond wat hij zocht. Een frustratie die hij verwoordde in enkele onsamenhangende beledigingen aan het adres van de auteur.

Deze recensie had weldegelijk interessant kunnen zijn, als de schrijver was ingegaan op de manier waarop Versteende religie de thema’s dood en moord met elkaar verbindt. Dat gebeurt bij voorbeeld in hoofdstuk 20/21, waar Bonhoeffers omgang met dood en leven aan de orde is. Bonhoeffer schreef hierover in zijn brieven uit de gevangeis in 1944, toen de holocaust in volle gang was. Ik citeer een enkele cruciale passage, p.143/4:

Bonhoeffer hekelt dit geestelijke, tijdloze accent op verlossing dan ook als on-hebreeuwse verlossingsmythe, gericht op een leven na de dood. In de fase dat hij nog sterk de nadruk legde op ‘de dood van de dood’ deed hij niet veel meer dan de eeuwige verlossingsmythe als existentieel gegeven toespitsen op de moderne mens die naar eigen beleven in een vrije val is geraakt. In de gemeenschap van gelovigen, de gemeente, houdt men elkaar deze verlossing van de doodsangst voor. Christus is er de Kultusheld, die door zijn verrijzenis de dood had overwonnen.

Verlossing is historisch en moet bewerkstelligd worden door de mensen die zich verzetten tegen dood en verderf zaaiende heersers.

Nu heeft hij een wijdere blik. Verlossing is historisch en moet bewerkstelligd worden door de mensen die zich verzetten tegen dood en verderf zaaiende heersers. In de wereldoorlog betreft dat de hele wereld. Het is een mondiale boodschap. Waar dood staat moet moord of het doden gelezen worden. Dan wordt het paasevangelie: dood aan de doder, en dan zegt Paulus: moord, waar is je overwinning? Dan wordt het joodse paasfeest de betekenisverlener: het volk Israël vlucht voor de farao, de doder van hun kinderen. De dood van de doder is vol symboliek: hij komt om in de golven van de Rode Zee, waar het kwetsbare volkje heelhuids door getrokken was. Het exodusverhaal, één groot spel van betekenisgeving en identiteitverlening.

Deze zo geïnterpreteerde verhalen scheppen een mondiale blik. Maar voorwaarde is wel dat het verzet tegen deze boodschap, in de vorm van antisemitisme en het koesteren van eigen dogma’s, erkend en gespot wordt. Daarom is informatie over de Holocaust zo belangrijk, zowel het ontvangen, in ontvankelijkheid, als het doorgeven ervan. Dat gold voor degenen die er middenin zaten evenzeer als voor ons nu. Zolang moslims of anderen daartoe niet bereid zijn, blijft het moorden onder ons, als gevaarlijke mogelijkheid die ieder moment werkelijkheid kan worden en wordt.

Het hemd is nader dan de rok. De belangstelling voor een boek als dat van Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn (Naarden 2007), toont aan dat de eigen dood en een mogelijke vorm van leven daarna op een enorme belangstelling mogen rekenen. Dat is met de moord op anderen wel anders. Als het om de dreiging van moord gaat en om de angst ervoor, dan hoort men op gezette tijden een roep om meer veiligheid. De kosten mogen hoog zijn, letterlijk en figuurlijk. We bevinden ons dan in het gebied van het te vermijden risico. Dit wordt graag aan anderen overgelaten. Van echte betrokkenheid is pas sprake als de eigen dood in het geding is. Dan doen bijna-dood-ervaringen hun werk, als variatie op het aloude hemelgeloof in de grote religies.

Een tragische werkverdeling. Het belang van een benadering van moord vanuit de religie wordt steeds duidelijker door de religieuze moorden van moslims. In Versteende religie probeer ik te laten zien dat het bij massamoorden door regiems als die van de Cambodjaanse junta, van Stalin, Hitler, of Mao ook nogal eens om religieuze motieven gaat en ging. Op een wat andere manier doe ik in Deep Economy hetzelfde. Deze broodnodige maar vrij zeldzame achtergrondinformatie bij het denken over dood en moord vindt wat minder gretig aftrek dan getuigenissen uit het hiernamaals.

De paragnost Rivas reserveert voor zulke getuigenissen de term ‘transcendentie’ – die hij mist in Versteende religie. Ìk volg Bonhoeffer, die als voorbeeld van transcendentie het ‘er-zijn-voor-anderen’ van Jezus noemde. Transcendentie, omdat hij het risico vermoord te worden voor lief nam – net als Bonhoeffer zelf.


Weliswaar geen recensie maar wel een recensieachtige beschrijving van de boekpresentatie die in de herfst van 2008 plaats vond, door Willem Aantjes.

Dominee Van Hoogstraten schreef boek over strijd der religies.

Vrijdag 14 september jl. presenteerde Hans Dirk van Hoogstraten zijn nieuwste boek Versteende religie in de Theaterzaal van de Amsterdamse Thomaskerk. Waar anders vind je zo'n combinatie van kerk en theater? Voor menige genodigde was het een vertrouwde locatie en dit was aan de aanwezigen ook te zien. Nog maar enkele maanden geleden vond hier een herdenkingsbijeenkomst plaats van professor Bert ter Schegget, een geestverwant van Van Hoogstraten.

Ursul de Geer, “bekend van radio en televisie” en sinds zijn geboorte neef en al bijna net zo lang een zeer goede vriend van de auteur, nam het eerste exemplaar in ontvangst en hield daarbij een spiritueel betoog, waarin hij o.a. een schets van het leven van Van Hoogstraten gaf. Van Hoogstraten schreef zijn boek aan de hand van zes door hem bezochte steden, die stuk voor stuk symbool staan voor een (bepaalde vorm van) religie: Mekka, Wenen, Athene, Jeruzalem, Berlijn, New York.

De Geer hield in zijn levensschets van Van Hoogstraten hetzelfde stramien aan. Op grond van diens boek was zijn conclusie, dat de schrijver toch vooral “dominee” is. In dit licht was het een omissie, dat uitgerekend de laatste fase van diens professionele leven waarin hij weer echt dominee was, namelijk van de Leeuwenberghgemeente in Utrecht, in de schets ontbrak.

dit boek verschijnt op het kruispunt van de discussies over de islam

De Geer trof de kern van het boek precies, toen hij zei, dat dit boek verschijnt op het kruispunt van de discussies over de islam. Dit is niet toevallig, want als ik een eigen typering zou moeten geven, zou ik zeggen, dat het boek is geboren uit nood, onvrede en woede, omdat wij er maar niet in slagen de ontmoeting, spanningen en tegenstellingen met andere religies, waarmee wij worden geconfronteerd, met woorden op te lossen en we dus maar met elkaar gaan vechten.

Dit stukje is geen bespreking van het boek, maar een aankondiging. Niettemin wil ik er toch een paar elementen uitlichten, die mij speciaal troffen. Zo is het bijzonder aardig uit de verantwoording te begrijpen, dat de titel van het boek impliciet tevens een hommage inhoudt aan de echtgenote van de schrijver, Mies van Hoogstraten-Dorsman.

Een tweede, dat mij speciaal frappeerde, was hoezeer door de hele geschiedenis heen het antisemitisme onder ons in het “christelijke Westen” een rol heeft gespeeld. Wat dit betreft is het boek ontdekkend, beschamend en ontstellend. Wie dit leest, vraagt zich verbijsterd af, waar we eigenlijk het recht aan ontlenen de europese cultuur als “joods-christelijk” te benoemen en zelfs te verlangen, dat de erkenning ervan een plaats krijgt in een europese grondwet of wat daarvoor moet doorgaan. Dat het nog extremer kan, bewijst Wilders die daarmee zelfs zijn strijd tegen al wat en al wie met de islam te maken heeft legitimeert.

Verder moet u het boek vooral zelf lezen. De schrijver hoopt in het nawoord op “herkenning”. Daarvoor is wel enige inspanning vereist. Ursul de Geer waarschuwde al voor de indruk, dat het vooral toegankelijk zou zijn voor “de intellectuele elite”. Zover zou ik niet willen gaan. Zeker, het is geen gemakkelijk boek. Maar evenzeer zeg ik De Geer na: lees het zoals u een goed glas wijn drinkt. Het tweede glas smaakt nog beter. Maar dan kunt u de fles beter even wegzetten. Als u de eerste twee glazen verwerkt hebt, zal het derde en vierde u des te beter smaken!

Willem Aantjes