Hans Dirk van Hoogstraten

Actualiteitencollege, georganiseerd door het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit , 10/11/'14

De Slag om Zwarte Piet

Aankondiging op de universiteit

Waarom lopen de emoties zo hoog op? Overleeft het Sinterklaasfeest de zwartepietendiscussie?

Het debat over de vraag of deze traditie nou racistisch is of niet, is dit jaar nóg eerder begonnen en wordt nóg heftiger gevoerd. ‘Kaas- en Stroopwafelpiet in Gouda’, lezen we, maar ook ‘Zwarte Piet wordt extra zwart in Groningen en Drenthe’. De hakken gaan steeds dieper het zand in.

Wat is dit voor proces? Welke posities worden er in deze discussie ingenomen? Wat staat er precies het spel? Hoe zal het aflopen?

Hans Dirk van Hoogstraten, oud universitair hoofddocent sociale ethiek, zal zijn licht over deze vragen laten schijnen.

Stellingen met commentaar

1.

Het betreft een gelukkige coïncidentie dat Zwarte Piet en Piketty op dit moment tegelijkertijd de publieke aandacht opeisen. Over Sinterklaas en Zwarte Piet moet je  praten tegen een economische achtergrond. Een rassendiscussie zonder klassendynamiek geeft een vertekend beeld. Daarna komen psychologische overwegingen (4).

Op de universiteit proberen we de dingen in een bredere context te plaatsen. Dat zouden we althans moeten doen: discussies als de onderhavige over Zwarte Piet plaatsen in een universeler perspectief dan meestal gebeurt. [Universiteit, universitas, universeel – het hangt met elkaar samen, ook etymologisch.] Waarom? Omdat het ons verder helpt. Dat wil ik in deze openbare les laten zien. Om dit te doen moet ik heel kort de bredere context in grove lijnen schetsen.

Het menselijk bestaan vindt per definitie plaats binnen bredere kaders. Het beeld dat we van onszelf en elkaar hebben, de relaties die we onderhouden, de gesprekken die we voeren (de laatste tijd steeds sterker via ‘de media’) lijken heel persoonlijk, maar worden beïnvloed door tal van factoren. Facebook is daarvan een voorbeeld op mininiveau: meer mensen communiceren tegelijkertijd over vaak heel persoonlijke zaken.

Algemener gesteld: De gemeenschap biedt het individu een tehuis. In breder verband vormde al dan niet geïnstitutionaliseerde religie lange tijd een structuur voor individu en gemeenschap. Politieke ideologieën speelden handjeklap met de religie en beheersten het leven. Tenslotte is in onze tijd de kapitalistische economie de structuur waarbinnen de wereldgemeenschap leeft. De ene structuur is veel herkenbaarder is dan de andere. Naarmate er meer dwang in relaties en in publieke uitingen ervaren wordt – denk aan fascisme en communisme – wordt de structuur elke dag bewust ervaren. In de democratische, neoliberale, vrije markt samenleving wordt weinig dwang ervaren. Totdat er iets gezegd wordt dat anderen echt niet bevalt. Bij voorbeeld als er een algemeen aanvaard symbool wordt aangevallen.

Dat is wat er gebeurd is inzake het oer-Hollandse Sinterklaasfeest. Zwarte Piet is een fenomeen. En fenomenen hebben altijd een – gedeelde – betekenis. Totdat er een stem klinkt die de idylle verstoort.  Een ongewenste vreemdeling stapt het gezellige avondje met gedichten en surprises binnen. Zwarte Piet staat voor rassendiscriminatie. Als ik actievoerders als Perez Jong Loy en Quincy Gardio goed beluister, dan interpreteren zij het kinderfeest als een bewuste ontkenning van het Nederlandse slavernijverleden. “Zwarte Piet is een symbool”, aldus Jong Loy, “een domineesteen die om moet, want dan volgen andere stenen. Dan kunnen we het eindelijk over het verleden hebben.”

De bedreiging is groot en de discussie ontaardt in vulgaire uitingen van – inderdaad: racisme. Een selffulfilling prophecy. Kijken we naar het bredere perspectief, dan is de verrassing wat naïef. Er zijn immers altijd grote antagonismen geweest: tegenstellingen tussen rassen, klassen en seksen. Maar ze zijn verborgen. De kracht van een Piketty is dat hij laat zien waar de klassentegenstellingen in economisch opzicht toe hebben geleid en zullen leiden.

Zwarte Piet is al jaren de knecht van een katholiek heerser, de bisschop van Myra. Hoe is het mogelijk dat dit nu ineens zoveel rumoer wekt? ‘Laat ons toch’ zegt de gemiddelde burger. Dit oer-Hollandse gezinsfeest moet je niet verstoren. Rot toch op…

Er is meer aan de hand. “Een rassendiscussie zonder klassendynamiek geeft een vertekend beeld.” Hier gaat het weer om het bredere kader. Wie alleen over rassen praat doet de discussie te kort. Het gaat de woordvoerders immers om meer: het slavernijverleden. Ook zij zullen zich echter moeten realiseren dat ze deel zijn van een veel breder perspectief. De klassenstrijd is een uiting van een splijting die al generaties het leven beheerst.

2.

De pas de deux van Dieuwertje Blok en Albert Heijn betekent schaalvergroting en branding (1) inzake Zwarte Piet als symboolfiguur: kindvriendelijk kapitaalknechtje. Alle Nederlanders hebben ermee te maken, of ze het ‘gezellige avondje’ nu vieren of niet. Kan een AH zich, zo in de publieke spotlights, nog distantiëren van deze danse macabre?

Het is een misverstand dat Sint en Piet tot de huiskamer of het schoollokaal beperkt zouden zijn. Zij zijn zeer openbare figuren. Ik werd me dat voor het eerst sterk bewust in De Bijenkorf. Meer dan levensgrote Pieten die in de grote hal aan lange touwen klimmen en dalen. De tv zorgt voor doldwaze avonturen en de commercie spint er garen bij. Vandaar de pas-de-deux. Maar als dit lucratieve feestje verstoord wordt, wordt het een danse macabre. Het gaat immers allemaal om beeldvorming. Als de klanten anders naar dit symbool van consumeren gaan kijken, dan moet hij weg. Of toch weer terug? C&A en AH wisten niet hoe gauw ze hun beslissingen weer moesten herzien. Het marktaandeel is heilig.

Je komt de zwarte Pieten nu overal tegen, zeker in deze tijd van het jaar. Men kan zich dus goed voorstellen dat de Nederlander die rassendiscriminatie ondervindt hierdoor geërgerd is. Van belang is te onderkennen dat het Sinterklaasfeest als intiem gebeuren allang niet meer bestaat. Maar welk beeld roept zwarte Piet dan in dit verband op? Frappant was het ‘ikje’ op de achterpagina van de NRC van afgelopen weekend: het kind van 7 dat de heer-slaaf verhouding feilloos weergeeft:

In het geweld van de Zwarte Pieten discussie nemen wij eens de proef op de som met onze jongste zoon van zeven, die nog enthousiast gelooft. Tijdens het eten vragen we hem of Zwarte Piet ervoor mag kiezen om te stoppen met Zwarte Piet zijn en op een eiland mag gaan wonen. Nee, zegt onze zoon resoluut, dat mag niet van Sinterklaas. Maar als hij nou weg wil? Geen sprake van, Sinterklaas houdt hem tegen. Maar als hij nou écht geen Zwarte Piet meer wil zijn en tóch weg wil? Dan maakt Sinterklaas hem dood, luidt het stellige antwoord. Tot zover het onschuldige, slavernijverledenvrije kinderfeest.

Ik zelf denk al jaren in termen van ‘kindvriendelijk kapitaalknechtje’. Hiermee wil ik aangeven hoezeer de betekenis van symbolen kan veranderen – hoewel het ene beeld het andere niet hoeft uit te sluiten. Ik wil daarop in de volgende stelling nader ingaan als het ‘zelfreinigend vermogen’ van het Sinterklaasfeest aan de orde komt.

Mijn punt nu is, dat er verschillende betekenissen aan dit symbool worden toegekend en dat daar kennelijk niet over te discussiëren valt. De meeste mensen zien hem als vriendelijk clownachtige zwarte grappenmaker. Een soort conferencier maar dan vooral in beweging en gebaar. Maar Surinamers en Antillianen denken daar toch wat anders over. Hij is een vehikel om de slavernij aan de orde te stellen en er veel geld uit te slaan. De vergoeding van de schanddaden loopt in de miljarden.

Het zou mooi zijn als dit punt inderdaad aandacht kreeg, maar dan in economisch en mondiaal perspectief. Een andere uitleg van Sinterklaas kan hier wellicht enig perspectief bieden. En dat deze traditie zo krachtig is dat ze hiertoe ook in staat zou kunnen zijn, heeft de ontwikkeling rond het hele gebeuren al wel bewezen. Daarvoor is enige filosofische behendigheid vereist, waarop ik in het volgende punt graag inga.

3.

Een dierbaar nationaal gebeuren dat zelfreinigend vermogen heeft getoond moet je niet opheffen. Het zal zichzelf opheffen in de zin van de Hegeliaanse dialectiek: op een hoger plan brengen. De Zwarte Piet discussie fungeert als hefboom en mag derhalve niet stoppen – mits emotie en ratio goed op elkaar worden afgestemd.

Toen ik een klein kereltje was, werkte Zwarte Piet nog echt als een kinderdreiging. Maar Sinterklaas eigenlijk nog meer. Zwarte Piet mocht dan die zak en die roe hebben waar hij je respectievelijk mee ranselde en in stopte – het was de Sint, die kindervrind, die over je oordeelde omdat je zonden in een groot boek waren opgeschreven. Hij was dus een projectie van God, of liever van een schrikbarend godsbeeld. Ik kan me niet herinneren dat ik er echt bang voor was. Bij ons thuis werd er waarschijnlijk niet zo mee gedreigd. Bovendien waren de pepernoten en cadeautjes toch belangrijker.

Deze traditie heeft een soort zelfreinigend vermogen in die zin dat er altijd veel discussie is geweest, onder pedagogen en psychologen, maar ook tussen ouders en andere opvoeders. Er kwamen nieuwe inzichten aangaande rol en beeld die sinterklaas en pieterbaas zouden moeten spelen. Dat heeft een ontwikkeling ten goede gestimuleerd. Wij moeten er dus niet naar streven het feest op te heffen, maar om het te verheffen. Of op te heffen in de zin van aufheben, op een hoger plan brengen. Dat is het aardige van de vooruitgangsfilosofie van Hegel, dat een situatie nooit permanent is, maar onderdeel van een ontwikkeling-ten-goede. Een discussie helpt echt, want als antithese brengt het de these, zeg Zwarte Piet, op een hoger plan. Je kunt hem wel als een symbool van het verleden blijven zien, maar het is veel nuttiger en zinniger om hem als een overwinnaar te zien, van zijn eigen zwarte verleden. Dat klinkt dubbelzinnig en dat is het ook. Hij moet zwart blijven om uiteindelijk die tegenstelling tussen zwart en wit in het bewustzijn goed op elkaar af te kunnen stemmen. Er is geen verschil meer in rangorde op basis van ras.

Sinterklaas en Zwarte Piet hebben iets gemeen met religie. Ook daar geldt dat je wel kunt proberen religie op te heffen omdat er in het verleden zo vreselijk veel kwaad mee is begaan, maar beter lijkt het om de symbolen nieuwe betekenis te geven. Dat betreft dan hermeneutiek van teksten en beelden. Het feit dat het centrale symbool van het christendom een gemarteld lichaam aan een kruis is behoeft niet te blijven betekenen dat een wrede God een mensenoffer eist ter genoegdoening. Ook al blijft het Vaticaan dat zeggen – wij hebben nu juist de vrijheid om dat heel anders te interpreteren. Bij voorbeeld als verzet tegen de economische tweedeling in de wereld die als nieuwe religie geest en lichaam beheerst.

Nu is die Zwarte Piet wel een makkelijk object van kritiek. Het is zo evident als wat dat hij als zwarte knecht de rassentegenstelling tot uitdrukking brengt. Als zwarte mensen die hiertegen protesteren dan ook nog eens racistische bullshit over zich heen krijgen, wordt duidelijk welk een nuttige taak deze stripfiguur speelt. Er is wat creativiteit nodig en moed om de rollen anders in te vullen zodat duidelijk wordt dat de betekenis van het ras niet vastligt. Ik las een voorstel om Piet op het paard te zetten. Goed begin. Misschien kan men ook eens van kleding wisselen.

‘Zelfreinigend vermogen’ veronderstelt zelfkritiek. Objectief naar je eigen Sinterklaas kunnen kijken en naar de manier waarop hij gebruikt wordt. Is hij niet een tijdelijk geïncarneerde, vleesgeworden projectie van onze wensen en strevingen? Het is als een parabel, een gelijkenis. We hebben er al zo weinig in onze geseculariseerde samenleving. Laat ons deze dan niet overboord kieperen. Onze commerciële en onze relationele behoeften worden erin gespiegeld.

4.

De psychologie van Sinterklaas en Zwarte Piet kent religieuze aspecten. De IS heeft onlangs slavernij legaal verklaard volgens de sharia. Niets nieuws, want in het christendom gebeurde hetzelfde. Door het zelfreinigend vermogen (3) hebben de bisschop en zijn slaaf zich geëmancipeerd. Ziehier ‘De slag om Zwarte Piet’ wereldwijd.

Ik kom nog eens terug op die kwestie van de slavernij. Duizenden jaren wisten mensen niet beter. Filosofen vonden het een natuurlijke indeling: er waren heren en slaven. Samen zorgden ze voor een goede economie, huishouden. Nu is het punt natuurlijk dat de Sinterklaastraditie zich niets aantrok van de afschaffing van de slavernij. Schande!

Als we de verhouding van Sint en Piet als gelijkenis zien, zoals voorgesteld, dan roept dit gebeuren de vraag op waar in de huidige tijd die slavernij nu echt is afgeschaft en waar niet. En waar op een verborgen manier de meester-knecht/slaaf verhouding nog gewoon voortbestaat. Gelijkenissen dienen ertoe zich bewust te worden van onbewuste zaken, zichtbaar te maken wat onzichtbaar gehouden wordt. Piet lijkt onvrij, maar is  hij het ook? Sint lijkt vrij, maar is hij het ook? In het Hegelse verhaal over heer en slaaf is de heer inderdaad afhankelijker van de slaaf dan andersom. Daarom kunnen heer en slaaf beide op een hoger niveau komen. Laat beide figuren regelmatig van rol wisselen en laat zo zien dat ze slaafvrij zijn.

Maar ja, zodra we kijken naar de meer omvattende sfeer van economische verhoudingen, dan is het andere koek. We hoeven maar te kijken naar de slaven – Nepalese migranten – die voor het WK voetbal in Qatar aan het werk zijn, soms de dood vinden, om te beseffen dat er tal van economische redenen zijn om ontoelaatbare verhoudingen maar door de vingers te zien.

Daarnaast is er de IS, de Islamitische Staat, die op religieuze gronden de slavernij propageert. Ik zeg daarover alleen dat in het christendom precies hetzelfde is gebeurd. De Aristotelische rechtvaardiging van de slavernij werd gewoon overgenomen. De natuur is door God gewild, dus ook de natuurlijke verhoudingen zoals in de heer-knecht verhoudingen te zien.

Er moesten heel wat godsbeelden worden afgebroken om hieraan een halt toe te roepen. Maar dat wil niet zeggen dat God er verder niets meer mee te maken heeft. Dat zie je bij de interpretatie van Allah. Ins‘allah, om de haverklap klinkt het – tot en met de vreselijkste dingen die mensen in naam van Allah/god elkaar aandoen. Voor de meeste mensen verleden, voor hen heden. Daartegen kunnen Sint en Piet in hun rol protest aantekenen. Dan hebben de bisschop en zijn slaaf zich geëmancipeerd. Dan wordt de strip van andere woorden voorzien. Vandaar die slag om Zwarte Piet wereldwijd. Dit gaat veel verder dan een folkloristisch gebeuren dat ergernis wekt. In nuce zit het hele verhaal van de slavernij, inclusief de kritiek, er in. Zelfs al is Zwarte Piet vanaf het begin in 1850 niet als slaaf gezien, dan nog kan deze betekenis gemakkelijk aan dit figuurtje worden toegekend. Dat hij zich kan bevrijden uit dit beeld moet duidelijk worden gemaakt door hem een andere rol toe te kennen.