Hans Dirk van Hoogstraten

Slavernij: een passie

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.3 (2010) nr.1 (thema: ‘Passie’)

In de tijd voor Sinterklaas en Kerstmis wordt tegenwoordig in advertenties nogal wat aandacht gevraagd voor 'slavernij-vrije chocola'. Sinds bekend is geworden dat op cacaoplantages in Afrika met slaven wordt gewerkt, wordt hiertegen bij ons in het Westen actie ondernomen. Tijdens genoemde feestperiode in 2009 nam ik de proef op de som door bij een aantal supermarkten te vragen naar slavernij-vrije chocola. De reacties varieerden van 'mij neem je niet in het ootje' tot 'voor bioproducten moet u op de bioafdeling zijn'. Bij nadere toelichting mijnerzijds bleek dat men van de combinatie chocola - slavenwerk nooit had gehoord. Terwijl bij voorbeeld de Keuringsdienst van Waarde toch zo z'n best doet. ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet...’

Nu is slavernij een breed begrip. Mensen die ergens aan verslaafd zijn noem je nog niet meteen slaven. Ook mensen die door omstandigheden geen kant op kunnen, vallen niet zonder meer onder deze noemer. En dan heb je ook nog mensen die graag de rol van slaaf spelen, zeker in de wereld van de Sm met zijn talloze variaties. Daarover gaat het dus allemaal niet als we over slavernij spreken. Waarover dan wel? Over een fenomeen dat je ‘slapende slavernij’ zou kunnen noemen. Slapend: in ons samenlevingssysteem, in ons bewustzijn en in religies. Maar weldegelijk: slavernij, in het heden evengoed als in het verleden.

Onopgemerkt lijden

Voor mij is slavernij een passie geworden, een passie (hartstocht) voor de passie (het lijden)

Voor mij is slavernij een passie geworden, een passie (hartstocht) voor de passie (het lijden). Het lijden van slaven wordt vaak nauwelijks meer als zodanig onderkend. Hoe dat kan? Vraag het religies en daarmee verwante systemen van waarden en normen. Maar pas op: met oude vanzelfsprekendheden hebben ze al zo lang slaven (en vrijen) gecreëerd, dat kritiek slechts woede wekt. Dat ligt ook eigenlijk wel voor de hand in samenlevingen waar klassenverhoudingen (heer-slaaf, meester-knecht, man-vrouw, blanke-rest) systematisch in stand worden gehouden. Ze zijn een deel van de samenleving als systeem. Je moet een per definitie ongebruikelijke ontdekkingstocht ondernemen om te gaan zien wat schijnbaar vergeten teksten onder de oppervlakte kunnen aanrichten. En wat de binnenkant van een uiterlijk mooie praktijk te zien geeft.

Ik nodig de lezer uit een eindje mee op te lopen. We kijken onze ogen uit als we Aristoteles eens goed aan z’n jas trekken of als we Mohammeds aanbevelingen-uit-eigen-slaapkamer ten aanzien van vrouwen bezien met de ogen van vrouwen die ooit deel uitmaakten van de umma (de islam-gemeenschap). En als we onder ogen zien welke economische functie eigenlijk wordt aangeduid met de term ‘lage lonen landen’.

Ik leerde op school nog dat de slavernij was uitgebannen, al meer dan een eeuw. Dat was dat en daarmee basta – of toch niet? De chocolade-slaven waarmee dit verhaal begon vormen het topje van een ijsberg. Staande op die berg kijk ik eerst maar eens even terug.

Noodzakelijke slavernij

De klassieke Griekse filosofen uit de 4de eeuw voor het begin van onze jaartelling worden wel beschouwd als de pioniers van de westerse beschaving. De Atheense democratie is nog altijd een toetsingsmodel voor ons. Steeds maar weer worden de geschriften van Plato en Aristoteles herdrukt in bijdetijdse vertalingen. In ethische theorieën en politieke wetenschappen wordt vaak op hen en anderen teruggegrepen. Vooral Aristoteles is favoriet omdat hij een echte verdediger van deugd en democratie is.

Voor de oude Griekse meester was de werkelijkheid opgebouwd uit lagen die van hoog naar laag geordend waren. Het was niet alleen wenselijk, het was echt nodig om in deze verhoudingen te leven. De vrije mannelijke burger stond aan de top van de maatschappelijke ladder. Direct daaronder zijn vrouw, daaronder slaven, dan barbaren (lees: niet-Grieken), dieren en andere levende wezens. Binnen het schema van onderschikking werkte de heer als bevelhebber (oikodespotes) vruchtbaar samen met zijn vrouw en daaruit kwam het nageslacht voort. Net zo vruchtbaar werkte hij samen met zijn huisslaaf. Het mes sneed aan twee kanten: het huishouden bloeide en de heer had zijn handen vrij voor de politieke besognes. Een slaaf kon worden afgeschaft als zijn productie terugliep. Desgevraagd zei onze filosoof eens dat slaven eigenlijk geen ‘mensen’ zijn.

Via de katholieke leer is Aristoteles nog steeds onder ons. Onlangs nog kon men de paus horen verkondigen dat volgens Gods scheppingsordinantiën homoseksualiteit verboden is. Het gaat steeds om een orde die in stand moet worden gehouden. Om die reden worden ook voorbehoedsmiddelen afgewezen. Met zulke scheppingsordinantiën zitten we eerder in een grieks-christelijke dan in een joods-christelijke traditie. Dit geldt zeker ook voor de slavernij. Tot de raison d’être van het joodse geloof behoort het bewustzijn dat men zelf slaaf is geweest. Hierdoor wordt kritiek gaande gehouden en blijft de roep klinken om bevrijding uit de onmenselijke en (dus) onwenselijke toestand van slavernij. Dat staat haaks op de algemeen aanvaarde en gelegitimeerde slaveneconomie waarop de antieke wereld berustte – en waar Aristoteles van getuigt.

De ‘gelijkheid in Christus’ werd vergeestelijkt en de slavernij kon welig tieren

Toen het christendom staatsreligie werd, was het gauw afgelopen met de unieke, van de Jood Jezus geërfde kritiek op slavernij. De ‘gelijkheid in Christus’ werd vergeestelijkt en de slavernij kon welig tieren. Tot in het absurde: voor de christelijke westerse mogendheden was de slavenhandel in de koloniale tijd een winstgevend project.

Religie en slavernij

Beschouwt men het christendom als de oudste en de islam als de jongste dochter van de joodse religie, dan moet gezegd dat geen van beiden zich aan de richtlijnen van moeder hebben gehouden. Tijdens het schrijven van dit artikel las ik het onlangs verschenen boek van de Syrisch-Amerikaanse psychiater Wafa Sultan, A God Who Hates. In een prachtig, vlammend betoog vermengt zij persoonlijke ervaringen met centrale teksten en motieven uit de koran. Ze klaagt aan wegens onrecht, wegens gelegitimeerde bezitsverhoudingen onder mensen, wegens het klakkeloos volgen van het leven en de woorden van Mohammed. De mannen mogen hun vrouwen als bezit beschouwen en hen dienovereenkomstig behandelen. Ook de kinderen zijn verplicht tot absolute gehoorzaamheid. Het is een uitzichtloos slavenbestaan, tenzij…Ja tenzij de ban doorbroken wordt.

Natuurlijk worden de schrijfster en haar familie bedreigd. Ze moesten na de publicatie van haar boek onderduiken. Toch wil ze bekend maken wat er mis is in de islam omdat zijzelf nu in de sfeer van vrijheid en verlichting verkeert. Ze heeft, met andere woorden, ervaren wat eigenlijk bevrijding uit slavernij betekent. Daarmee deelt ze de zojuist genoemde historische grondervaring die het joodse geloof kenmerkt.

Van deze alertheid voor slavenverhoudingen kunnen wij wat leren. Een impasse kan opgeheven worden, een ban doorbroken. Het lijden van de ander kan een deel van jezelf worden. Is dat geen mystiek, lijdensmystiek? Nee, ik ben niet uit op het stigma van een moeder Theresa. We hebben meer aan post-christenen die à la een post-moslima als Wafa Sultan de oerkracht van bevrijding uit slavernij durven te mobiliseren.

Zo komen we dan misschien te weten ‘wat de binnenkant van een uiterlijk mooie praktijk te zien geeft’: welke armoede achter rijkdom zit, welke dwang achter vrijheid, welke verkrachtingen achter geboorten. Daarvoor is een solidariteit nodig die typisch is voor een vrijzinnige levenshouding. Een vrije denker immers blijft hardnekkig vragen stellen. Bij voorbeeld over een economie die niet zonder lage-lonen-landen kan. Of over een patriarchale religie die slaafse vrouwen en kinderen onmogelijk kan missen. Of over de seksindustrie die vrouwen uit lage-lonen-landen tot slavinnen maakt. Een mooie opgave voor de lijdenstijd.

Hans Dirk van Hoogstraten