Hans Dirk van Hoogstraten

Verlanglijstje als metafoor

December is de maand van de wensen. Persoonlijke wensen kunnen zonder gêne worden geuit, want sinterklaas en de kerstman zitten te wachten op gelegenheden om te tonen dat ze de prachtige kwalificatie van 'goedheiligman' verdienen. Het verlanglijstje is openbaar. Anderen mogen kiezen wat ze je willen geven. Je geeft hen een kijkje in wat er in jouw leven nog te wensen over blijft.

Zou het? Geeft een mens zo gemakkelijk zijn onvervulde verlangens bloot? De wensen die op het verlanglijstje staan hebben al een lange weg afgelegd. Ze zijn het checkpoint van de publieke controle en van de zelfcensuur gepasseerd. Ze zijn acceptabel bevonden voor gever en ontvanger. De goedheiligman verliest noch zijn goedheid, noch zijn heiligheid. Zodra er sprake is van controle en censuur, wordt nieuwsgierigheid gewekt: wat zit er eigenlijk aan verlangens achter het verlanglijstje?

Ik begrijp best dat bij verjaardagen en bruiloften de relatie tussen de gever en de ontvanger niet op de proef mag worden gesteld. Daarom kun je maar beter een veilig verlanglijstje opstellen. De geschenken suggereren verbondenheid en daarom richt de gever zich maar al te graag op de wensenlijst. In de decemberfeestdagen is dat niet anders, zij het dat het verrassingselement groter is. Maar ook dan geldt dat de surprises onze relaties niet mogen verstoren. Wie op deze manier over relaties spreekt, bevind zich in een oeroud patroon. Dat heerst nog in veel culturen, maar in de westerse wordt het meer en meer doorbroken. Sterker nog, wij willen juist wèl praten over onze verborgen verlangens. Dan is er pas sprake van een verdiepte relatie. Hierover wil ik het hebben, al was het maar om enkele - historisch gezien hardnekkige en tragische - misverstanden aan te wijzen. Al was het maar om de decemberfeesten in een beter kader te plaatsen. Ga je uit van het verlangen, dan krijgt kerstmis de overhand; blijf je steken in verlanglijstjes, dan zal die goede oude sint overwinnen.

De cultuur van de gift

Het geven en ontvangen van geschenken ter verheldering en versterking van posities die mensen tegenover elkaar innemen ('relatiegeschenken') is zo oud als de wereld. Degene die een cadeau aanbiedt heeft het niet gemakkelijk. Met geschenken stem je iemand gunstig, maar o wee als je de foute dingen aanbiedt. Daarom is het belangrijk niet alleen te weten wat iemand graag wil hebben, maar ook wat in een bepaalde cultuur acceptabel is en wat niet. Op de achtergrond speelt het verlangen naar erkenning mee en de angst niet geaccepteerd te worden.

In de bijbel zijn veel verhalen te vinden over geschenken die mensen elkaar aanbieden. Ik denk bij voorbeeld aan de koningin van Scheba en Salomo (1 Koningen 10:1-13) en aan Naäman en de profeet Elisa (2 Koningen 5 - let op de vermakelijke wisseling van perspectief). Dit soort verhalen wordt in alle oude culturen verteld. Kunnen achterdocht, woede of onzekerheid weggenomen worden door geschenken? Uitgangspunt is in ieder geval iets wat mensen ten diepste gemeen hebben: het verlangen om een plaats te hebben, erkenning te krijgen, liefde en vriendschap te ondervinden. Tegelijkertijd is er een knagende onzekerheid. Van hieruit geredeneerd is de behoefte om je wensen te projecteren op een godheid niet zo vreemd. Het gaat immers om een instantie die het onvervulbare verlangen kan vervullen. Voor erkenning, betrouwbaarheid, liefde en recht zonder voorbehoud moet je een sprong in de transcendentie maken. Geschenken worden daar offers genoemd. Maar wat betekent zo'n geloofssprong (Kierkegaard)? Hebben we te maken met een vlucht in een andere werkelijkheid of met hulp om te leven met het onvolmaakte?i

Het verlangen

Wie het verlanglijstje van een ander ziet, zal niet gauw vragen: maar wat zijn nu eigenlijk je échte verlangens? Toch is dat nu net de hamvraag. Daarom de titel boven dit verhaal: het verlanglijstje als metafoor. Het staat voor meer dan wat er staat. Een metafoor staat voor iets anders. Wie denkt dat ze in elkaars verlengde liggen, maakt een fout die desastreuze consequenties kan hebben. Die hebben te maken met het vervullen van verlangens.

De vraag wat verlangen eigenlijk is en waar het vandaan komt is heel oud. Reeds Plato had er ideeën over. Volgens hem verlangt de mens naar een ander omdat hij in de oertijd zijn - letterlijke - wederhelft is kwijtgeraakt. Ooit was de mens één en door de scheiding blijft hij of zij terugverlangen naar de verloren gegane eenheid. Hieruit zou verliefdheid te verklaren zijn, de wonderlijke aantrekkingskracht die mensen op elkaar uitoefenen.

Dit is slechts één aspect. Hoe belangrijk ook, verlangen heeft ook allerlei andere gedaanten. Denk maar aan het verlangen naar het verloren paradijs, naar een betere toekomst, of naar het land Utopia. In de romantiek is het onblusbare verlangen een door velen herkende oorzaak van onuitsprekelijk lijden. Goethe's jonge Werther staat er symbool voor. De Sehnsucht waaraan hij lijdt lijkt op een besmettelijke ziekte: de door Goethe geschapen antiheld vond vele navolgers. Het onvervulbare verlangen werd te zwaar om te dragen. Liever stapte men uit het leven dan verder te moeten gaan in dit aardse tranendal. De intense ervaringen van scheiding en tekort maken mensen ontvankelijk voor 'heilsboodschappen' van allerlei aard. De ervaring van tekort doet de behoefte ontstaan aan een Instantie die het tekort opheft, die garant staat voor de definitieve vervulling van het verlangen. Plato spreekt over het rijk van de Ideeën. De Idee van het goede is de hoogste in de hiërarchie. Het menselijk verlangen naar goedheid kan nooit echt bevredigd worden.

Plato noemt dat God. Christendom en islam borduren hierop voort. Zij komen met een geloofsoplossing: de God die zich openbaart brengt het goede toch nabij. Echter… pas na de dood heeft de mens er echt deel aan. Het hemelgeloof komt voort uit het menselijk verlangen. Dat kan leiden tot apathie, maar het kan ook gevaarlijker wegen inslaan. Zo wordt bij moslimterroristen en hun zwijgende achterban moord een weg naar het paradijs. De doodsgrens wordt gepasseerd door het verlangen naar volmaaktheid, voltooiing en definitieve vervulling van verlangen. Anders gezegd: geforceerde bevrediging van wat onbevredigbaar is loopt uit op moord en doodslag. Of we nu kijken naar religieuze of aardse utopieën, overal hetzelfde beeld: massamoord op vermeende vijandige elementen, ongelovigen, die de vervulling van het verlangen tegenhouden. Het motief is egoïsme, persoonlijk of collectief. Uitsluiting als onverbiddelijke consequentie.

In de psychologie is al lang bekend dat verlangens principieel onbevredigbaar zijn. Altijd worden nieuwe verlangens opgeroepen en dat is maar goed ook, want zij kunnen fungeren als vitale kracht. De suggestie van (definitieve) bevredigbaarheid echter moet vermeden worden. Die lijdt tot stoornissen in de persoon en in de samenleving. Het gaat, zo zou je samenvattend kunnen zeggen, om een fataal verwachtingspatroon, of dat nu gericht is op het 'hier en nu' of op het 'daar en straks'. Het luistert hier erg nauw, want misverstanden liggen om de hoek. Kerstmis kan misschien een richting wijzen. 'Vrede op aarde' kan een levensgevaarlijke utopie zijn. 'Om te beginnen in een stal' geeft al een beter perspectief. Er wordt met die shalom van onderop begonnen en als het om vervulling gaat, dan wordt slechts een hoopvol perspectief geboden. Slechts? Het is heel wat meer dan de instantbevrediging die sinterklaas biedt. Het verlangen achter het verlanglijstje wordt erdoor aangesproken. Het wordt als vitale kracht ten goede gemobiliseerd.

i In het vorige nummer van VrijZinnig (3/3, art.'Geld oogsten') noemde ik dit 'dure genade', i.t.t. 'goedkope genade' als vlucht uit het alledaagse leven. Voor een uitgebreidere versie: zie deze website, onder 'Essays en referaten': 'De economie van het oogsten'