Hans Dirk van Hoogstraten

In de steek gelaten

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.2 (2009) nr.2 (thema: ‘Vrije Vogels’)

Wie ooit echt in de steek gelaten is, kan diep gefrustreerd raken, getraumatiseerd zelfs. Dat gebeurt meestal op jonge leeftijd. Maar ook als volwassene krijg je soms heel wat voor je kiezen. Wat te denken van spaarders die hun geld verloren door slecht beleid van bankiers? Hoe zouden moderne rooms-katholieken zich voelen wier geloof gebruuskeerd wordt door de paus c.s.? En hoe zou het toch gaan met de mensen die in hun moeizame dialoog met moslims gehinderd worden door de optaters van een islammepper als de arabist Hans Jansen (de groteske Wilders laat hen meestal koud)?

In deze bijdrage aan het thema ‘vrije vogels’ wil ik het hebben over de omzetting van slachtoffergedrag (o jee, ik ben in de steek gelaten) in zelfkritisch gedrag (hè nee, wanneer dan en waarom liet ik wie in de steek?). Ik wil een vrije vogel volgen die heen en weer vloog tussen die beide, die zijn vrijheid niet gebruikte om gemakkelijk weg te vluchten.

Mensen die belangrijk voor je zijn, of zouden kunnen zijn, blijken onbetrouwbaar. Ze laten je in de steek. Soms komen ze nog aan met vroom geneuzel ook: vertrouw maar op Jezus, Hij laat de zijnen nooit in de steek. Bonhoeffer zei het al: geen God als gatenvuller van je gefrustreerd bestaan meer. Maar de heilige geest dan? Wordt hij/zij niet de trooster genoemd? We kunnen beter eerst maar eens een krachtig statement maken om van alle uitvluchtreligie af te zijn: Wie zich vrijzinnig noemt, interpreteert de heilige geest als de werkelijk vrije menselijke geest. Zo kun je het vogel/vuur/talenfeest Pinksteren het feest van vrije vogels noemen.

Vrije vogel

Wie zich vrijzinnig noemt, interpreteert de heilige geest als de werkelijk vrije menselijke geest

Maar is dat niet wat erg kort door de bocht: “Wie zich vrijzinnig noemt, interpreteert de heilige geest als de werkelijk vrije menselijke geest”? Hoe moet het dan met de term ‘heilige’ en met de leer van de triniteit bij voorbeeld? Er ‘moet’ niks. In onze samenleving heerst vrijheid van interpretatie. Zelfs heilige teksten kunnen zich daaraan niet onttrekken – een steeds terugkerend thema in discussies over en met fundamentalisten. Hier wil ik het belang ervan laten zien. Dat doe ik aan de hand van Dietrich Bonhoeffer.* Hij is het prototype van een mens die anderen niet in de steek liet. Daarom wordt hem wel eens de eretitel ‘protestantse heilige’ toegekend. Het gedicht ‘Wie ben ik’ spreekt andere taal. Ik citeer de volgende regels.

Ben ik werkelijk wat anderen van mij zeggen?
Of ben ik alleen wat ik weet van mijzelf:
onrustig vol heimwee, ziek als een gekooide vogel,
snakkend naar lucht als werd ik geworgd
hongerend naar kleuren naar bloemen en vogels
dorstend naar een woord naar een mens dichtbij…

Uitgerekend deze gekwelde man, die alle reden heeft zich totaal in de steek gelaten te voelen, heeft talloze mensen, ook na zijn vroege dood, een hart onder de riem gestoken. Hij gedroeg zich als vrije vogel, maar hier noemt hij zich een gekooide vogel die belemmerd is in zijn vrije vlucht. Hoe zit dat?

Vlucht

Om hierop te kunnen antwoorden, moet ik iets signaleren dat van groot belang is om Bonhoeffers positie te begrijpen – ook de positie die hij nu nog steeds inneemt. Bonhoeffer had vlak voor het uitbreken van de oorlog de kans om zijn vleugels uit te slaan naar het vrije Westen. Hij vertrok naar Amerika waar hij een veilige plek vond aan Union Theological Seminary in New York City. Eenmaal daar, ervoer hij zijn uittocht uit het oude Europa niet als een ‘vrije vogelvlucht’, maar als een vlucht, weg van verantwoordelijkheden, van thuis. Hij had mensen die hem dierbaar waren in de steek gelaten, uit onvrijheid, uit angst voor de moeilijke thuissituatie van ideologische dwang en politieke terreur.

De mensen leven als gekooide vogels die hun vrijheidsdrang met de dood moeten bekopen.

Bonhoeffer keert terug en gaat daar, in nazi-Duitsland, de vrijheidsstrijd aan. Daarin laat hij zien dat hij een ware vrije vogel is. Hij is op de plaats waar het leven gebreideld wordt en waar steeds meer de dood voorrang krijgt op het leven. De mensen leven als gekooide vogels die hun vrijheidsdrang met de dood moeten bekopen. Hij neemt het op voor de Joden, ook in zijn theologisch denken.

In zo’n situatie is het van groot belang om van de mensen op wie je vertrouwt tenminste wel support te krijgen. Maar in zijn eigen ‘Bekennende Kirche’, de protestantse kerk die niet met de heersende ideologie meegaat, is ook al sprake van een ‘innere Emigration’. Men vlucht in het verleden. Bonhoeffer klaagt deze houding aan. Zelfs Karl Barth, de strijder voor vrijheid, moet het ontgelden. Ook bij hem is er uiteindelijk geen plaats voor vrije interpretatie en vrij gaan en staan waar men wil. Dat komt door angst dat het Woord van God geweld wordt aangedaan. Beter mensen in de steek laten dan God. Barth zei weliswaar iets anders – in Jezus openbaart God zich juist als bondgenoot van de mens – maar toch: het is slikken of stikken…(brief van 5 mei 1944, o.a. de triniteit als voorbeeld gebruikt).

Nee, zegt Bonhoeffer, zo laat je beide, God en mens, in de steek. Hij spreekt van een soort openbaringsdwang, die de blik verduistert op het kwaad dat zich openbaart in het hier en nu. (Waar horen we dat tegenwoordig meer?) Een werkelijk engagement op grond van vrije interpretatie van transcendentie is dan niet meer mogelijk. Dat de nazi-ideologie mensen vleugellam probeert te maken is bekend. Maar dat ook in je eigen geestelijke thuis een sfeer hangt van dwang – dat maakt het bestaan als gekooide vogel ondragelijk. Hij dreigt te stikken.

Afstemmen

Van Bonhoeffer kun je leren dat de roep om vrije interpretatie voortkomt uit de situatie. Religie speelt hierbij een tweede stem, die afgestemd moet worden op de situatie. Bij voorbeeld op de morele vraag of men de vrijheid mag nemen om de tiran die de mensen veracht te doden. Bonhoeffer laat zien dat oppositie begint met zelfkritiek. Deze ontstaat uit werkelijk engagement. Zonder deze betrokkenheid is er sprake van vluchtgedrag. Bonhoeffer corrigeerde zijn eigen gedrag en eiste dat anderen dat ook zouden doen – Karl Barth met zijn ‘openbaringspositivisme’ voorop.

Om dit duidelijk te maken gebruikt Bonhoeffer alweer het beeld van een vogel in het nauw: “Friss, Vogel, oder stirb” (“vreet vogel, of sterf”, “slikken of stikken”). Alweer die vogel in gevangenschap. Hier moet die vogel de vrijheid krijgen, zodat hij zijn vleugels kan uitslaan en zijn eigen voedsel kan vergaren. In de geest onttrekt hij zich al aan de dwang die van alle kanten op hem afkomt. Met de filosoof Immanuel Kant pleit hij voor een verwerkelijking van autonomie, voor een uittocht uit de onmondigheid die de mens aan zichzelf te wijten heeft. En voor bevrijding uit religieuze en dogmatische dwang. Hij doet dat in de gevangenis, een onvrije situatie bij uitstek.

Van het gevangenismenu komt Bonhoeffer niet meer af. Maar om zijn situatie te kunnen afstemmen op het grote lijden waarin tallozen gestort zijn, heeft hij geestelijk voedsel nodig dat in vrijheid vergaard kan worden. Probeer boven je situatie uit te stijgen, zo horen we hem zeggen, transcendeer! Hoe? Door er te zijn voor anderen. Was dat niet waarin Jezus uitblonk? Was dat niet de diepste zin van zijn verlatenheid: dat hij anderen niet in de steek had gelaten? Zo vliegt de vrije vogel heen en weer: de heilige geest als de werkelijk vrije menselijke geest.


*Alle verwijzingen en citaten zijn naar/uit Widerstand und Ergebung / Verzet en overgave (vele uitgaven, zie internet), de brieven vanaf 30 april 1944