Hans Dirk van Hoogstraten

Meer informatie over het boek: skandalon.nl

Een wiel dat draait

Referaat door H.D. van Hoogstraten bij de presentatie van J. Wiersma, Een wiel dat draait. Over ethiek en indentiteits(her)vorming, op 30.03.07 aan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel

Ik heb net een periode 'Werken met Wiersma' achter de rug. Het was wat je noemt een intensive over identiteit zonder weerga. De lezer van Een wiel dat draait dreigt al gauw door te draaien omdat hij niet ontkomt aan een lichtere of zwaardere identiteitscrisis. Als u mijn gedrag tijdens dit presentatiepraatje wat eigenaardig vindt, geachte toehoorders, dan komt dat daardoor. Het is een rijk boek. Vele denkers en schrijvers, stijlen van leven en formuleringen van levensvragen passeren de revue. Er staat zo veel in, dat het onmogelijk is om er in de twintig minuten die mij ter beschikking staan recht aan te doen. Maar misschien lukt het mij iets van het lezersplezier - dat samenhangt met het kennelijke schrijversplezier dat van vrijwel ieder bladzij afspat - op u over te brengen. Mijn doel is bereikt als u het boek koopt, leest en aanbeveelt. Dan reiken u en ik het boek een helpende hand om zijn weg in de wereld der lezenden te vinden.

Leidraad en motto vormen deze dichtregels van Jan Emmens (1924-1971):
Een wiel dat draait. Ik niet,
ik stuntel op twee benen
en noem dat Lopen, Gaan.
Sta ik toevallig stil, dan heet dat
het standpunt dat ik inneem.

Wiersma's wiel draait hard. Op de achterflap lezen we een citaat uit de correspondentie tussen uitgever en de auteur, dat precies de vaart vermeldt:

Dante in het inferno van de twintigste eeuw...

Je bent een soort Dante die in een duizelingwekkende vaart in het inferno van de twintigste eeuw de galerij van getuigen en leermeesters afloopt. Die rampen, met hun getuigen, zijn verontrustend. Waarom blijf ik aan je boek gekluisterd? Je rondtollende verkenningen van dat draaiende wiel zuigen me in de zoektocht naar identiteit. Je sleept de lezer mee door het Europa van de 20ste eeuw: van Nietzsche naar Serajewo, we lopen met Hermans typemachines te zoeken op het Brusselse Vossenplein en met Jezus zondaars in het Romeinse rijk. En je hamert het erin: of je gaat echt tegendraads leven, of je verdwijnt.

Inderdaad: je blijft aan het boek gekluisterd. Een feest van herkenning voor iemand die al jaren met de literatuur bezig is die hier de revue passeert. Voor anderen een mooie mogelijkheid om een deel van het intellectuele discours over de identiteit te leren kennen. Namen, namen, namen - achterin vindt men, in bijna 9 pagina's kleindruk, de bronnen vermeld, waaruit de auteur putte. Evenzoveel werken die hij aanhaalt. Maar is het dan niet één lange boekbespreking? Ja en nee. Ja, omdat inderdaad heel veel boeken, en tijdschrift- en krantenartikelen, vermeld en geciteerd worden. Ik moest tijdens het lezen wel eens denken aan het driemaandelijkse bibliografische tijdschrift van deze faculteit, De stem van het boek, waarin ik immer met veel plezier de vele bijdragen van JW tot mij neem. Nee, omdat alles ten dienste staat van de grote lijn: het onderzoek naar identiteit, de vorming en de hervorming daarvan. Ha, een standpunt, denk je bij het lezen - en voort wentelt het wiel weer.

Een welgemeende felicitatie op zijn plaats. Jurjen, je hebt een thema behandeld dat in het brandpunt van de belangstelling staat. Je bewijst de publieke discussie een dienst met dit boek. In Nederland is bij voorbeeld dat identiteitsgedoe tussen Rita Verdonk en Ayaan Hirsi Ali hard aangekomen. Je noemt het enkele keren. Het is nog erger dan jij denkt: de Nederlandse identiteit werd Hirsi Ali volgens Verdonk niet afgenomen - ze had hem volgens diezelfde Verdonk nooit gehad. Alles wat ze gedaan had bleek achteraf ongeldig, vergeefs. Het lijkt een beetje op een droom die ik wel eens heb - en naar ik regelmatig verneem velen met mij - dat ik toch mijn gymnasiumdiploma niet heb gehaald. Al het andere wat daarna aan moois is behaald is niet geldig. Een volbloed nachtmerrie. Verdonk is een sadist. Is Hirsi Ali dan misschien een masochist - heeft ze deze totale vernedering uitgelokt? Wie dat denkt heeft niets begrepen van de werkelijke problemen die wereldwijd heersen rond identiteit.

Het boek is één groot pleidooi voor een goede, flexibele definitie van het begrip identiteit

Het boek is één groot pleidooi voor een goede, flexibele definitie van het begrip identiteit en de daarbij passende verwerkelijking. Ethiek en identiteits(her)vorming hangen ten nauwste samen. De ware ethicus weet dat hij zich zelf niet aan het discours kan en mag onttrekken. Het deed me dan ook plezier te zien dat de auteur eerst iets zegt over zijn eigen identiteit. Niet met zoveel woorden - hij is een bescheiden mens - maar toch: De mogelijkheden zijn eindeloos, om maar te zwijgen van zieleroerselen, karakter en andere persoonlijkheidskenmerken; ook die hebben te maken met identiteit. Dat iemand Fries van geboorte is, Amstelfries door studie en Zennefries van professie vertelt een identiteitskaart niet; ook het paspoort doet dat niet. Zelf mag je vinden dat je identiteit voor driekwart is ingevuld. Het kwart dat ontbreekt kan de Europese dimensie zijn. Hoewel je niet meteen weet hoe deze ontbrekende schakel er uit gaat zien, zou je jezelf misschien willen (doen) kennen als Eurofries (27).

In dezelfde tijd dat ik deze regels las en ik begreep dat de auteur hier zichzelf introduceert, las ik bij Joris Luyendijk, Het zijn net mensen. Beelden uit het Midden-Oosten, over de vergelijking tussen Joden en Friezen. (145v) Het gaat daar om een verduidelijking van het standpunt van de Palestijnen en om een inleving in hun ervaringen met Israël. Stel je voor dat de Friezen zich ten aanzien van de andere Nederlanders zouden gedragen zoals de Joden zich gedragen ten aanzien van de andere bewoners van Palestina. Het moet niet te gek worden met die Friese identiteit…

Maar waar gaat dit boek verder nog over? Ik bedoel dan niet Sartre en de Beauvoir, Levinas, Buber, Huntington, Nietzsche, Plato of Pamuk, maar de thema's waaraan deze schrijvers dienstbaar zijn. Ik kom tot de volgende opsomming van hoofdpunten.

1. De relatie tussen ethiek en identiteit - zoals de ondertitel zegt. In dat verband is het van belang de vorming en de hervorming uit elkaar te halen. De ethiek speelt hier een dialectische rol. Een starre identiteitsbeleving leidt tot stilstand en de ingenomen standpunten (Emmens) tot grote wreedheden en dus on-ethisch gedrag. "Ging Sartre zijn weg van essentie naar existentie, Levinas ging van l'être à l'autre, van het zijn naar de ander, van de ontologie naar de ethiek, en in de ethiek staat het humanisme van de andere mens centraal." (219) Hier is ook de noodzakelijke breuk met de metafysica te plaatsen: Caputo (74) en Nietzsche (75,104). Er kan geen sprake zijn van Erleichterung, of van metafysische uitvluchten of safe haven. Nietzsche vocht tegen een Hinterwelt. Als de handelende moral agents, de ethische subjecten, waarheidsschema's hanteren waaraan onder alle omstandigheden moet worden voldaan, dan is de ethiek verstard tot een doodenge opeenhoping van plichten. Bevel is dan bevel. Daartoe kan utilisme evengoed leiden als hedonisme. Daarom is bewegelijkheid zo essentieel, zoals blijkt uit het volgende punt.

2. Kinetiek: alles moet in beweging blijven. Het wiel draait om zijn as en de berijder van het voertuig gaat vooruit: cyclisch en lineair. Typisch voor onze samenleving is het bewegende, in metaforische zin de vooruitgang. "Filosofie kent een oeroude tegenstelling: zijn tegenover worden, essentie tegenover existentie, wezen tegenover werkelijkheid. In de moderne tijd koos iemand als Kierkegaard, een van de geestelijke voorouders van Simone de Beauvoir, voor de kinese. Het ging hem er om of een individu vooruit kan komen en progressie kan maken." (76)

3. Het spreken met twee woorden, ofwel over het dialogisch bestaan. Levinas is een der helden. Ook Buber en Marcel. Om van Bonhoeffer maar te zwijgen. Hier is de toetssteen van de hervorming der identiteit gelegen. De schrijver komt hier in de buurt van het personalisme, dat men kan karakteriseren met de begrippen ontmoeting, beslissing, het juiste ogenblik en de bereidheid op dat beslissende moment van de ontmoeting verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Het Europese nihilisme, dat door Nietzsche op de kaart is gezet, is onvoldoende gepeild op ware aard, ernst en omvang

4. Het gevaar van het nihilisme. Het Europese nihilisme, dat door Nietzsche op de kaart is gezet, is onvoldoende gepeild op ware aard, ernst en omvang. Postmoderne denkers gaan hierin mee, met hun slogan dat er geen waarheid is. Wiersma spreekt van 'nietsende krachten', en hij heeft er geen goed woord voor over: "Daarin toont zich de gewelddadige verhouding van het hele Westen, Europa incluis, tot datgene wat anders is, en het maakt niet uit of het daarbij om een etnologische , economische, politieke, militaire of enige andere verhouding gaat." (115) In dit kader gaat de schrijver heel ver. Ook de cartoonkwestie wordt er bij betrokken, waarbij de westerse houding als spottend en hautain wordt afgewezen. De schrijver hekelt de mentaliteit die men zou kunnen uitdrukken als 'eigen identiteit eerst', de superioriteit van de eigen identiteit. Een interessante vraag die hierbij gesteld kan worden is, of de humor (spotprenten) niet juist een dialogisch leven zou kunnen inluiden. Daar lijkt de schrijver geen orgaan voor te hebben.

5. De hybride vorm van globalisering die opgeld doet. Hierbij moeten we denken aan de wereld als global village, met versmelting van Gemeinschaft en Gesellschaft. (133) Mesostructuren zijn essentieel - waarvoor de zogenaamde Satrefamilie als prototype model staat. (149) Identiteit zonder gebondenheid aan een land, een natie, is niet goed denkbaar. Ayaan Hirsi Ali bijvoorbeeld was en blijft Nederlandse, juist om het wereldburgerschap te kunnen beleven.

Tenslotte nog enkele thema's die vragen om nadere precisering - suggesties voor een vervolgstudie (waarbij ik gewoon doortel):

6. De psychoanalyse komt in het boek wel heel spaarzaam aan bod, terwijl dit thema in een studie over identiteit toch eigenlijk niet gemist kan worden. Op p.160 verantwoordt Wiersma zich in dit opzicht. Men zie ook het mooie stuk over Hegels heer en knecht dialectiek (186/7). De identiteitsvorming is hier misschien op z'n scherpst. Je bent knecht van driften en verhoudingen, maar je kunt een heer-bewustzijn ontwikkelen. Het versteende hart moet worden weggehaald. Imitatio en imaginatio gaan hand aan hand. (190) 'Kijk, hier ben ik' (hineni), 'ik zie het zitten' (imaginatio) en 'ik ga ervoor' (imitatio). Hier ligt een verbinding met de ethiek.

7. Antisemitisme en theologie - en precies in verband daarmee metafysica in de theologie - ook jouw theologie als auteur van dit boek (zelfonderzoek). Volgens René Süss bepaalt de jodenhaat het karakter van de christelijke identiteit. (220) Helaas wordt dit niet nader uitgewerkt. Weliswaar wemelt het boek van de onuitgewerkte thema's, maar meestal betreft het evenzovele uitnodigingen tot voortgaande discussie onder de lezers. Voor een nadere uitwerking van dit thema, dat veel verder gaat dan wat Süss er over heeft beweerd, verwijs ik graag naar mijn boek Versteende religie (Skandalon, 2007) waarin ik de jodenhaat typeer als een kenmerk van christendom en islam beide.

8. Als vrij traditioneel komt mij het theologisch deel van de beschouwingen voor. Zou je niet veel verder komen als je ook het christelijk geloof als één grote verbeelding van de werkelijkheid opvatte? Daarmee worden dan twee vliegen in een klap geslagen: de metafysicastrijd wordt beslecht en de mogelijkheid tot dialoog wordt geboden zonder directe binding aan een openbaringswaarheid in absolute zin. Vaak spreek je over 'theologenjargon', b.v.: "God, die schepper is en het werk van zijn handen niet laat varen, is een verbondsgeschiedenis met de mensheid. […] God heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen en maakt geschiedenis, heilsgeschiedenis in theologenjargon." (188) Er volgt een prachtig theologisch discours, dat uitloopt op Bonhoeffer, met een concentratie op diens 'identiteitsgedicht': Wer bin ich? Dit speken over 'heilsgeschiedenis' is toch niet slechts 'theologenjargon'? Ik zou eerder denken dat dit begrip een heilloze geschiedenis van dualistisch denken heeft veroorzaakt en dat we van een ideologie van theologische metafysica moeten spreken. Juist Bonhoeffer wil af van religie in metafysische en verinnerlijkte zin.

waar zit nu die eeuwige metafysica in de theologie en in de religie?

In het hoofdstuk Religie en identiteit komt ook al de hamvraag - mijns inziens tenminste - niet aan de orde: waar zit nu die eeuwige metafysica in de theologie en in de religie? In de filosofie is het allemaal keurig ontleed, zij het toch nog summier, maar in de theologie niet. Terwijl dat toch een vraag van de eerste orde is: in hoeverre zitten christendom en islam, en niet alleen de fundamentalistische en extremistische vormen daarvan, vast aan onbewegelijke eeuwigheidschema's? Deze laatste waarheden immers zorgen en zorgden voor een identiteit die niet ethisch was, of slechts plichtsethisch. Daarom is het door Wiersma onderschreven adagium eerst de indicatief en dan de imperatief aanvechtbaar. Het hangt er maar net vanaf hoe men dat godswoord ervaart, hoe schepping functioneert, inderdaad, als theologisch-metafysische begrip (Schöpfungsordnungen).

Je bespiegelingen blijven waar en waardevol, maar ze zouden wat dit betreft in een helder kader geplaatst moeten worden. Want als we aan één ding behoefte hebben in onze tijd, dan is het wel aan helderheid inzake de rol van theologie en religie, in het alledaagse leven. Ook onze verlichte omgang met de bijbelverhalen moet hieraan getoetst worden, in een niet-metafysische kader geplaatst worden.