Hans Dirk van Hoogstraten

Wilders’ wervende Woord

Verschenen in het kwartaalblad VrijZinnig, jg.2 (2009) nr.3 (thema: ‘Grenzen’)

Onlangs hoorde ik dat zich onder de Wildersstemmers veel kerkmensen bevinden. Dat zoemt maar door mijn gedachten. Onvoorstelbaar: al die mensen die zichzelf rekenen tot de gemeente van Christus betuigen hun steun aan een partij die de grenzen voor moslims wil sluiten. En het liefst zo veel mogelijk aanhangers van de islam de grens over wil zetten. Of ik niet een beetje overdrijf? Het enige wat ik doe is Wilders’ programmapunt nummer 1 volstrekt serieus nemen. Daar kan, sinds Hitler, niemand onderuit.

Het is niet onwaarschijnlijk dat de tweede V van de PVV voor veel benarde zielen voor veiligheid staat. Grenzen bieden veiligheid – maar kijk eens wat daar nu toch allemaal de grenzen overkomt. Wilders zegt wat velen denken. Dat is de kracht van zijn wervend woord. Het raakt aan een authentiek gevoel.

Ook al heeft iedereen de mond vol van globalisering, de psychologie van het begrensde bestaan leert ons niet te snel te juichen. Mensen hebben grenzen nodig om zich veilig te voelen. Zij kunnen redelijk met anderen existeren als zij een grens kunnen trekken rond hun gemeenschap. Samenzijn vergt selectie.

Micro en macro, binnen en buiten

Micro en macro. Zonder terugkoppeling naar de feitelijke angsten en zekerheden van mensen (micro) wordt met alle bombarie over grenzen die zichzelf overleefd hebben (macro) een werkelijkheid geschapen die veel weg heeft van een luchtkasteel. De micro-binnenwereld blijkt niet in staat zich de macro-buitenwereld eigen te maken.

De verhouding van binnen- en buitenwereld is ingewikkeld. Mensen zijn altijd samen, vanaf de conceptie tot het sterfbed. Bij de geboorte reeds ervaren ze het verlies: de scheiding van de moeder. De belangrijke anderen die voor een veilige sfeer zorgen mogen niet verloren raken. De verbondenheid met hen is diep en wordt gevoed door aandacht, taal, en door het bewaren van kostbaar gezamenlijk erfgoed. Bewaren betekent ook bewaken: er moet ruimte zijn, ommuurde ruimte, waar intruders niet binnen kunnen komen. Er moet bewaking zijn, gezag, organisatie. De bewaking en de verdediging van de grenzen vormen prioriteit nummer één. Macromaatregelen voor veiligheid in het microbestaan.

Zo is het eeuwenlang geweest en deze oerbehoefte leeft nog volop. Micro en macro, binnen en buiten, verwijzen naar twee tegengestelde bewegingen die tegelijkertijd spelen. Momenteel veroorzaken zij een mate van collectieve schizofrenie, die mensen kan verhinderen redelijk na te denken. Emoties gaan op de loop met redelijke overwegingen. Wie spreekt een Woord tegen de complexiteit? Juist ja, de partij voor de veiligheid. De suggestie is dat macroverhoudingen onverkort dienstbaar moeten zijn aan microbehoeften.

Een ongekend simplisme. Waarom? Een schetsmatig lesje in de complexiteit van de macrobeveiliging geeft antwoord. Even oud als het besef dat de grenzen verdedigd moeten worden, is het inzicht dat gebiedsuitbreiding de beste garantie biedt voor veiligheid tegen vijanden. De aanval kan de beste verdediging zijn. Denk slechts aan de oude wereldrijken, van Assyriërs tot Romeinen. Cultuur, godsdienst en taal worden opgelegd aan de overwonnen volkeren. Ballingschap werkt efficiënt.

Wat is een beter bindmiddel dan opgelegde religie? Dat wist men in de oude wereldrijken evengoed als in de moderne tijd. Het christendom kan als stralend voorbeeld dienen, maar ook de islam weet er raad mee. Het zijn, kortom, de wereldgodsdiensten die grote successen op dit gebied boekten. In de Middeleeuwen wist de islam zich in korte tijd te ontwikkelen tot een wereldreligie en in de Nieuwe Tijd koloniseerde het Westen de halve wereld met de enthousiaste medewerking van missie en zending. Maar wat als de twee religies elkaar binnen de grenzen van één land ontmoeten? Eeuwenlang leefde in de wereldgodsdiensten de vaste overtuiging dat de eigen verkondiging en cultuur de beste was en dus wereldwijd geaccepteerd moest worden. Ze waren elkaars aartsrivalen.

Economische ‘religie’

Maar toen. De echte globalisering kon pas plaats vinden toen de economie van vraag en aanbod een belangrijke speler in het spel om de grenzen werd. Grenzen werden verlegd, grote blokken ontstonden van landen die elkaar nodig hebben voor productie en afzet. Niemand aarzelde om goedkope arbeidskrachten (‘gastarbeiders’) te importeren van buiten. In korte tijd werden de oude indelingen door economische belangen gerelativeerd. Op grote schaal werd in West-Europese landen goedkope arbeid ingevoerd. Er ontstond een sfeer van economische euforie, waarin eenvoudig vergeten werd hoe belangrijk het gevoel van veiligheid biedende grenzen is.

Een vreemd soort religie was geboren: economisch van aard en zeker van zijn overwinning. Wat was de fout? Dat deze religie de eerste viool wilde gaan spelen, het leven totaal zou gaan beheersen. Zij bood zekerheid en op grond daarvan veiligheid – een klassiek religieus verzekeringspakket. En toch is ze in rap tempo de slag om de menselijke psyche aan het verliezen. Door haar getamboer aan de oppervlakte van de menselijke verlangens weet ze diepere lagen van angst, afgrond en afhankelijkheid niet te bereiken. Precies de gebieden waar religie werkt.

Mèt de welvaart groeit het onbehagen

Het oerfenomeen van ‘de vijand binnen onze grenzen’ was even vergeten. Mèt de welvaart groeit het onbehagen: de christelijke normen en waarden worden belaagd door mensen uit andere gebieden. Zij zijn hun en onze grenzen overgestoken. Wat moeten die bij ons? Wat nu integratie – hoe kan men veronderstellen dat mensen uit een ander, door religie getekend cultuurgebied onze vrijheden zouden omarmen? Nationalistische gevoelens steken de kop op. Is het niet de christenheid die staat voor de Nederlandse identiteit? Hoe lang is daarvoor niet gevochten, hoe diep is de democratische impuls niet verankerd in het calvinisme? De 500-jarige Johannes Calvijn laat zich niet zomaar verdrijven door de parvenu Adam Smith. Twee Founding Fathers met elkaar in conflict.

Kortom, de rijke westerling wordt op scherp gezet door de nieuwkomers die oude rivaliteiten van de waarheid claimende wereldreligies doen herleven. Want noemde die rijke westerling zich ooit niet ‘rijk in Christus’?

Vrijzinnige correctie

Tja, het zoemt maar door in mijn gedachten: waarom nu net die PVV? Is de hemelgerichtheid van de Wilderschristenen zo groot dat ze de aarde er bij laten zitten? Nee, er is meer aan de hand. Dat heb ik zelf net beschreven. Dit mag echter niet tot vergoelijking leiden. De keuze voor de sluiting van de grenzen voor ‘de islam’ (lees: ‘moslims’) is gewoon geen optie. Basta! Ook het voorstel tot deportatie van hen die hier de wet overtreden of zich anderszins niet weten te gedragen is een gotspe.

Niks grenscontroles dus. Het is beter de aandacht te richten op een veel ernstiger probleem: dat van de grenzen tussen de rijke en de arme wereld. Per definitie kunnen de rijke landen de arme hun wil opleggen. Of het nu gaat om lage lonen, afval dumpen, of streng bewaakte grenzen aanbrengen voor mensen en goederen – de grote (G8, G20) economieën hebben het voor het zeggen. Tot de kern teruggebracht: grenzen worden verhoogd en verstevigd waar arm-rijk aan de orde is en ze worden geslecht waar rijk-rijk speelt.

Tot slot. Duidelijk moge zijn dat de globalisering in feite heel andere grensproblemen voortbrengt dan de PVV-stemmers beseffen. Vrijzinnigen kunnen helpen om te denken vanuit macroperspectieven. Dat werkt bevrijdend, omdat de microproblemen in het juiste licht komen te staan. Denk maar aan Levinas’ accent op de ontdekking van je eigen identiteit in het gelaat van de a(A)nder. Dat zijn hier de anderen, die onder jouw grenzen te lijden hebben en je zo een spiegel voorhouden – op micro en op macro niveau.